Als je eens iets wilt opsteken en ook wilt lachen, kijk dan vooral een keer naar het programma Maestro. Bekende Nederlanders wedijveren hierin met elkaar wie het beste een orkest kan dirigeren. En dat valt niet bepaald mee. Wie dacht dat een dirigent niet zo heel veel 'doet' in een orkest, weet na het kijken van Maestro wel beter. Net als de kandidaten. Die krijgen elke week les in dirigeren, maar eenvoudig is dat niet. Ze moeten ritmegevoel hebben, en mimiek, en de goede bewegingen en iets snappen van tweekwartsmaten en driekwartsmaten, en in het ergste geval moeten ze ook nog overgangen tussen die twee maatsoorten maken; ze moeten kunnen versnellen en vertragen en groots kunnen eindigen. En als het goed is klinkt het muziekstuk dan zoals het hoort te klinken.

Maar je raadt het al: dat doet het zelden. De kandidaten zijn te langzaam, te snel, te enthousiast of te subtiel, ze dirigeren tegen de maat in, of ze zwaaien gewoon maar wat met die baton - maar wel vol overtuiging. En dan klinkt het thema uit Star Wars ineens heel raadselachtig... bekend maar toch ook weer niet. 
Mensen van wie je verwacht dat ze toch wel enig idee hebben van muziek en maatsoorten (zoals daar zijn: zangers en zangeressen) staan peentjes te zweten en zakken van pure opluchting haast in elkaar als hun opdracht voor die week erop zit. 
Alsof dat al niet leuk genoeg is, is er dan ook nog een jury die het dirigeren beoordeelt. Uiteraard zit in die jury een eloquente knuffel-Brit, want dat schijnt een vereiste te zijn voor elke zichzelf respecterende jury. De Brit in kwestie heet Dominic Seldis. Zijn cijfer is immer rechtvaardig en hij doet geen enkele moeite om aardig te zijn en toch is hij reuzegrappig.
En dan doen dit jaar ook nog een paar van mijn favoriete BN'ers mee: Aaf Brandt Corstius en Karin Bloemen. Dat is helemaal smullen. Wat zal ik zeggen: Aafs talenten liggen in aflevering 2 nog duidelijk op een ander gebied, maar aan haar gezicht te zien is het dirigeren van een orkest een hemelse ervaring en haar enthousiasme is aanstekelijk. Update: in aflevering 3 is Aaf op mijn lijst gestegen tot onbetwiste nummer 1. 
En Karin Bloemen buiten haar comfortzone te zien is ook iets nieuws. Dominic Seldis probeert haar zelfs zo ver te krijgen dat ze haar theatrale jurken verruilt voor degelijke dirigeerdracht. (Ik wilde hier eerst schrijven: "Dominic Seldis probeert Karin Bloemen uit haar jurk te praten" wat natuurlijk precies is wat hij doet, maar ik realiseerde me plotseling dat dat een beetje Telegraaf zou zijn.)
Dus hou je van muziek? Vind je Idols en X-factor net niet genoeg cachet hebben (geef het maar toe)? Dan is Maestro net iets voor jou. En anders kijk je maar voor Leona Philippo. Want die zou gerust een tweede carrière als dirigent kunnen beginnen. En als je haar het orkest ziet bespelen begin je vanzelf stilletjes mee te zwaaien.

4 maart 2015. Onthoud die datum. Dat is de dag dat ik Marie Kondo leerde kennen. Marie wie? Komt zo.
Marie Kondo kwam binnen via een omweg. Op 28 februari 2015 stond er een artikel in de Volkskrant van Aaf Brandt Corstius. Ik hou van Aaf. Alleen haar fijne initialen doen mijn bibliothecaris-hart al sneller kloppen. Ik hou ook van de Volkskrant, maar jammer genoeg was mijn abonnement juist een week voordien geëindigd. Maar gelukkig is er Facebook. En via Facebook kwam ik op het spoor van Aaf, en zodoende op het spoor van Marie Kondo.
Het artikel  van Aaf ging over opruimen. En niet zomaar opruimen, nee het ging over een boek dat ze gelezen had. Dat Boek was geschreven door Marie Kondo en heette 'The life-changing magic of tidying up. The Japanese art of decluttering and organizing.' Die titel!



Wat Aaf erover schreef leverde al zoveel aha-erlebnisse op, dat ik mijn kledingkast ging opruimen volgens de KonMari-methode voordat ik ook nog maar een letter gelezen had van het magische boek zelf. 
Nou is dat op zich wel snel, maar voor mijn persoon misschien niet zo heel bijzonder. Ik heb op dit blog al vaker geschreven over opruimen, minimalisme en 'declutteren met Flylady', en weggooien is wel iets wat ik kan. Ik zou het bijna een hobby kunnen noemen. Nee, het bijzondere komt nog.
Ik whatsappte mijn dochter van zestien, wier kamer in een continue staat van ontploffing verkeert: "Volgens mij kun jij ook opruimen als je dit artikel leest." Waarop ze terug appte: "Niet van die vieze praatjes mam." Want opruimen hoeft van haar niet zo erg. Ze vindt het prima om over alle troep heen te stappen, en waarom zou je snoeppapiertjes weggooien als ze ook gewoon jaren in je kamer kunnen rondhangen? Nou dan.
Ze las het artikel toen ze thuiskwam. En terwijl ze nog maar halverwege was zei ze: "Ik wil NU beginnen met opruimen!" Aaf Brandt Corstius verdient een standbeeld. Het mag zelfs bij mij in de voortuin. 
Natuurlijk ging ze niet onmiddellijk opruimen, want eerst gingen we een hele tijd lyrische reviews over het boek lezen op Amazon.com (en ook een klein aantal reviews van mensen die vinden dat Marie Kondo OCD heeft of anders gewoon knettergek is). Reviews lezen op Amazon is trouwens naast weggooien en opruimen ook een heel interessante hobby. Het kost niets, en je leert enorm veel over de menselijke geest.
Enfin, twee dagen later gebeurde het dan toch. Een uurtje hard werken leverde dochter VIER vuilniszakken vol kleding op, en een keurig opgeruimde kledingkast. Plus dat er een hele kast leeg overbleef. Ik kon mijn ogen niet geloven. Pure magie! 
Ondertussen appte ik wat heen en weer met mijn collega, die ook al aan het kondo'en was geslagen, naar aanleiding van Aafs verhaal. En ook haar dochter - net zo'n sloddervos als de mijne, maar dan met een heel huis om te laten ontploffen -  had eindelijk het licht gezien. En allemaal waren we zo blij en vrolijk en wilden we nog meer dingen wegdoen.
En dat alleen maar op grond van de flintertjes informatie die we hadden opgepikt uit de krant. Haal je hele kast leeg, verzamel al je kleding. Neem elk kledingstuk in de hand, en vraag jezelf af of je een 'sparkle of joy' voelt. Niet? Dan kan het weg.
Die sparkle of joy, die doet het hem. Het is een totaal ander insteek dan de dingen die je normaal overweegt als je probeert keuzes te maken. (Maar ik heb het misschien ooit wel nodig. Maar ik heb dit gekregen, ik kan het toch niet zomaar achter de rododendrons sodemieteren). Plotseling zie je in dat je ontzettend veel dingen om je heen hebt die heel andere gevoelens oproepen dan joy. Ergernis, schuldgevoel, melancholie, onrust, spijt. Waarom zou je je omringen met dat soort gevoelens als je je ook kunt omringen met alleen maar dingen waar je echt gelukkig van wordt?
Ik wil enkel sparkles of joy om mij heen! Ik kan niet wachten totdat ik wat meer tijd heb om alles aan te pakken volgens de methode van Marie Kondo. Ik voel dat ik heel veel dingen kan bedanken en loslaten. Dat bedanken is ook een KonMari-dingetje, maar dat moet je toch echt zelf gaan lezen. Ik kan het hele verhaal gaan herhalen, maar ik doe dat vast niet zo goed als Aaf. 
Lees het artikel van Aaf Brandt Corstius hier.
Het boek van Marie Kondo is inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar onder de vreselijk saaie titel 'Opgeruimd', Ik raad je aan om de Engelse vertaling te kopen, want: magic en hardcover en bovendien goedkoper. Bijvoorbeeld bij Bol.com.

Er is deze week veel over geschreven: Te Gezond Eten.
Kranten plaatsten sensationele koppen over de ondervoede kinderen van hoogopgeleide ouders, de Linda van deze maand had als thema 'Rot toch op met je chiazaad!" en Facebook en Twitter ontploften zowat door de reacties op deze artikelen. De voorstanders van 'gezond eten' voelden zich aangevallen, en de tegenstanders namen nog een patatje oorlog om het te vieren.

Ik zag het allemaal aan met een glimlach, want ik ben dan wel van het gezonde eten, en lust ook wel een superfoodje hier of daar, maar ik ben ook van het relativeren en de zelfspot. Meestal check ik even het onderzoek waar de krantenkop op gebaseerd is, en dan blijkt het allemaal reuze mee te vallen en is de uitkomst lang niet zo spectaculair als het in de krant gebracht werd.

Ik was van plan om lekker door te gaan met gezond eten. Inderdaad: ik ben er zo eentje die geen tarwe eet; niet vanwege de 'Broodbuik'hype, maar omdat ik op tarwe reageer met buikpijn en spierpijn. Af en toe als ik echt brood wil, eet ik speltbrood. Wel lekker stevig volkoren speltbrood uit de natuurwinkel natuurlijk, want dat is tenminste gezond. En gezond is het nieuwe dun, (of het nieuwe zwart, daar wil ik af wezen).
Verder eet ik yoghurt met lijnzaad en chiazaad en noten. Af en toe een smoothie met groene bladgroenten er in. Wekelijks een paar keer linzen, want peulvruchten zijn vezelrijk en gezond. En groenten, gekookt maar ook rauw in de salades. Ik ben het type van zelfgemaakte soep meenemen naar mijn werk. En geroosterde bloemkoolsalade met walnoten. Jup.

Jammer dat ik me alleen de laatste jaren niet zo heel veel beter ben gaan voelen. Sinds een paar jaar leek ik juist wel hoe langer hoe allergischer te worden. Wijn? De vlekken slaan me uit. Peper? Uitslag in mijn gezicht. Pollen in de lucht? Jeuk en uitslag.
Steeds vaker begon ik me af te vragen waar ik NU weer op reageerde. En hoe is het in vredesnaam mogelijk dat als ik met vakantie ben en even het hele gezonde eten aan de kant schuif en leef op Kuchen en Rote Gruetze, ik nergens uitslag heb? Raadsels.

Nou, die raadsels zijn nu opgelost. Het antwoord? Ik eet te gezond! Ik zou het niet geloofd hebben als ik het niet zelf had meegemaakt. Het is bijzonder ironisch dat ik er juist deze week achterkom, maar het is waar.

Vandaag ging ik wegens bovengenoemde klachten naar een mesologe. Mesologie verbindt wetenschappelijke en traditionele kennis en houdt dus wat het midden tussen regulier en complementair. Je tong en pols worden beoordeeld, je organen worden gevoeld, en je wordt doorgemeten op 80-100 meridiaanpunten.

Ik had al een uitgebreid vragenformulier ingevuld vooraf, waarin ik al mijn klachten kon aangeven en een overzicht gemaild met wat ik zoal eet.
Een aanvullende vraag die de mesologe vandaag stelde was: Ben je toevallig allergisch voor nikkel?
Ja! Inderdaad, sieraden met nikkel veroorzaken flinke eczeem bij mij.
Haar tweede vraag was: weet je dat in sommige voedingsmiddelen ook heel veel nikkel zit?
Eh...nee. Daarover had ik nooit zo nagedacht.
Een voedingsmiddel dat veel nikkel bevat is tarwe, legde ze uit. Nou, wat toevallig! Geen wonder dat ik daar op reageer! dacht ik nog blij, want misschien gloorde er licht aan het einde van de allergietunnel.
Het doormeten van de meridianen leverde meer informatie op. Geen volkorenprodukten moet ik meer eten. Geen zilvervliesrijst. Geen rogge. Geen soja. O, en verder geen noten, lijnzaad, tonijn uit blik, pastinaak, peulvruchten, havermout, thee en chocola.

En dat waren (zag je hem aankomen?) min of meer de hoofdbestanddelen van mijn eetpatroon tot nu toe.

Ik ben duidelijk, zoals de mesologe het noemde, het type 'blije macrobioot'. (Echtgenoot zei naderhand opmerkzaam: "Dat klinkt alsof ze eigenlijk bedoelde 'blije idioot'."  Maar wat weet hij er van? Hij eet havermoutpap noch chiazaad.)

De lijst met nikkelrijke voedingsmiddelen is nog veel langer, en ik begrijp nu waarom ik me maar steeds niet gezond voelde. Ik at 'gezond', maar té gezond. Die enkele keer dat ik een boterham at, had ik gewoon een witbroodje moeten eten in plaats van dubbelbiologisch supervolkoren gedesemd spelt. En de roggebrood en zilvervliesrijst moeten ook het raam uit. Sla is uit den boze voor mij, net als taugé of andijvie. Echtgenoot en jongste dochter (die een verbond hebben om stiekem Marsen en Snickers naar binnen te smokkelen) hebben verschrikkelijk hard gelachen om deze wending in de gebeurtenissen.

Zelf moet ik  nog even wennen aan hoe mijn nieuwe dieet eruit gaat zien. Cream crackers met roomboter en ham zijn 'goed' maar dat voelt zo...ongezond.
Gelukkig mogen heel veel groenten en fruit nog wel. En zalm. Maar ik kan nu serieus zeggen: rot toch op met je chiazaad.
En ik was echt de laatste die gedacht had dat ooit te zullen zeggen. Het was een veelbewogen week.



Fortuosity, that's me byword
Fortuosity, me twinkle in the eye word
Sometimes castles fall to the ground
But that's where four leaf clovers are found

Fortuosity, lucky chances
Fortuitious little happy happenstances
I don't worry 'cause everywhere I see
That every bit of life is lit by fortuosity

Fortuosity, that's me own word
Fortuosity, me never feel alone word
'Round the corner under a tree
Good fortune's waitin' just wait and see

Fortuosity, lucky chances
Fortuitious little happy happenstances
I keep smilin' 'cause my philosophy
Is do your best and leave the rest to fortuosity

I keep smilin' 'cause my philosophy
Is do your best and leave the rest to fortuosity


http://youtu.be/ZopsTitgJs4

(Liedje uit een film die ik nooit gezien heb, "The Happiest Millionaire". Ik leerde het uit een Disney muziekboek en ik word er altijd heel vrolijk van)
Eindigde ik de vorige blogpost nog met een volle garage en mogelijke drukke tijden qua opruimen, loopt het leven toch compleet anders dan je verwacht.

Druk heb ik het gehad, dat zeker, en dat zal ook nog wel even zo blijven. Maar dat ligt niet aan die volle garage.

Op 10 juli ging de broer van Echtgenoot naar de dokter omdat hij steeds zo moe was. De dokter stuurde hem naar huis met de boodschap: 'Eet maar wat meer koolhydraten en neem maar een energiedrankje.' Dat heeft mijn zwager nog twee weken geprobeerd maar toen kon hij letterlijk geen vijf meter meer lopen. Inmiddels kwam hij dagelijks bij ons omdat wij het niet meer vertrouwden dat hij veel alleen was, en terecht, want thuis at hij niet meer. We gingen met hem terug naar de dokter, toen moest hij bloedprikken, toen naar het ziekenhuis. Echtgenoot reed hem overal naartoe, want zelf rijden kon zijn broer ook niet meer.
Om een toch al kort verhaal nog korter te maken: vier weken geleden kreeg mijn zwager te horen dat hij kanker heeft. Uitzaaiingen in het hele lichaam. Niks meer aan te doen. Daarna heeft hij nog ruim een week bij ons gelogeerd, en toen kregen we de indruk dat hij te weinig dronk en daardoor uitdroogde, en heeft de huisarts een plaats voor hem in het hospice geregeld. Daar is hij nu. Zelf heeft hij vrede met het einde, ook al is hij nog maar 58 jaar, en alle bezoek gaat met een goed gevoel weer naar huis. Hij regelt alles wat hij nog kan regelen zelf. Dat wil zeggen ... hij beslist, ik regel.

Als ik dus opnieuw een tijdje niet blog, dan weten jullie hoe dat komt. En hopelijk heb ik de volgende keer iets leukers te vertellen.


Na de renovatie (zie vorige blogpost) stonden we voor een dilemma - we vonden het huis minder leuk geworden. En na 17 jaar wonen zouden we nu langzamerhand nieuwe vloerbedekking moeten leggen (de gaten in de vloerbedekking van de trap begonnen echt op te vallen) en de boel weer eens moeten opknappen. Maar hadden wij daar nog wel zin in? Nu de WC zo klein was geworden, en douchen een soort campingervaring, wilden wij dan nog tijd en geld investeren in dit huis?

Niet echt. En dus besloten we te verhuizen. Over een jaar, zodat we eerst de tijd hadden om op te ruimen en te wennen aan het idee. En toen waren we bij de bouwvereniging om te vragen naar een project van nieuw te bouwen huizen (die over een jaar opgeleverd worden), en zag echtgenoot een huis te huur staan waar hij beslist op wilde inschrijven. Ondanks dat het maar twee slaapkamers had (en geen zolder) en dat dus een probleem zou kunnen opleveren qua berging van de spullen die we in drie slaapkamers (plus een zolder) hadden staan. Ik was sceptisch over het huis maar dacht dat we niet veel kans hadden omdat dit een populair huis was, dus ik liet hem zijn gang gaan.
En toch hadden we twee dagen later een brief dat we het huis toegewezen hadden gekregen. Dat was even schrikken voor mij. Ik heb er meer dan een week over nagedacht en hoofdpijn van gehad (want het huis voldeed weliswaar aan zes van mijn acht wensen, maar die zevende was mogelijk wel een dealbreker), en toen besloot ik er maar voor te gaan. Als we dan in de winter geen zon in de kamer hebben (de zevende wens) dan is dat maar zo .... dan moet ik misschien toch maar aan de kaarsjes. En bij gebrek aan logeerkamer kunnen we in het uiterste geval een super-de-luxe opblaasbed gebruiken.
Bovendien stelde echtgenoot een goede deal voor: nu hij het huis gekozen had mocht ik de inrichting helemaal alleen bepalen. Toen was ik om. Onze smaak loopt namelijk nogal uiteen: waar ik alles licht en ruim (echtgenoot verdenkt mij ervan stiekem de dochter van Jan des Bouvrie te zijn) wil hebben houdt hij nogal van overbodige prulletjes en lelijke relikwieën uit zijn jeugd die vreselijk zijn om af te stoffen. Dus zonder compromissen de inrichting mogen bepalen was te verleidelijk om te laten lopen.

Van een jaar lang rustig opruimen kwam daarom niet veel - alles moest acuut geregeld worden en ingepakt en weggedaan. Ik heb veel overtollige dingen kunnen ruilen via de plaatselijke Facebook-ruilgroep (heel leuk!) voor etenswaren of dingen die voor ons wel nuttig zijn.

En dus zijn we nu verhuisd. De werkelijkheid was vele malen vermoeiender dan het uitspreken van deze woorden,  en ik heb een paar weken op pijnstillers geleefd maar het is gelukt, we zijn over. Ik begin langzaamaan mijn hand weer te kunnen gebruiken (na vijf dagen muren verven en tien Ikea-bouwpakketten was mijn hand zo pijnlijk en opgezet dat ik amper een kopje kon vasthouden) en ik heb gister weer eens gekookt. Weliswaar alleen witlof met een hamburgertje, maar na een paar weken van ellendig fastfood was dat een hele verbetering. Hoeveel ik ook van koken en lekker eten houd, het is het eerste wat ik opgeef in tijden van stress.


De rolgordijntjes hangen (schoonzusje had het bloed op de knokkels staan), er is een stopcontact in de meterkast aangelegd (welke gek bedenkt nou dat je de modem in de meterkast op de kabel moet aansluiten terwijl daar GEEN stroom is voor die modem?) en de planten uit de tuin zijn meeverhuisd op hoop van zegen, want het is het verkeerde seizoen.

Het huis is beneden groter dan ons oude huis, met een keuken waar je met meer dan een persoon kunt staan (hoera!). En een bijkeuken (die ik zeventien jaar enorm gemist heb) en een garage, en een tuin op het westen in plaats van op het noorden. Verder ligt de straat aan een brede sloot met veel kikkers en eenden en er staan knotwilgen en het lijkt soms op zo'n straatje uit The Truman Show - te volmaakt. Afgezien van het slopende harde werk heb ik tot nu toe steeds het gevoel alsof ik in een vakantiehuis zit. Zingende merels, de zon die naar binnen schijnt, kindertjes die buiten spelen. De gordijnen in de openslaande tuindeuren (ook dat nog!) die zachtjes wapperen in het briesje. Kortom: bij nader inzien was het toch het perfecte huis. Vooral nu het helemaal naar mijn smaak is ingericht. (Uitgezonderd van de kamer van dochter J. die interieursgewijs een plotselinge voorkeur blijkt te hebben voor alles wat we sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben geprobeerd te vergeten: Bruin. Franje. Jute. Riet. Als ze binnenkort gaat macrameeën zal me dat niks verbazen.)


Nu alleen het oude huis nog schoonmaken, wat nog tegenvalt want ik dacht dat ik best schoon was maar als je huis leeg is blijkt dat overal nog spinnenwebben rondhangen en vettige laagjes zitten op plaatsen waar je nooit komt met de wekelijkse schoonmaakronde. Vrijdag leveren we de sleutel in. Hoera.

En dan moeten we de nieuwe garage nog leegmaken, die vol staat met dingen die - ook na de drastische opruimactie - toch niet in het huis passen...waaronder dertig jaargangen Donald Duck (niet van mij), drie kasten, vijf dozen met spullen van dochter A. die al twee jaar niet meer thuis woont.
Want voor je het weet ben je twee jaar verder en staat die garage nog steeds vol, dus daar moeten we meteen korte metten mee maken. Mocht een volgend blog dus weer even op zich laten wachten, dan weet je waar ik mee bezig ben.



En kijk ondertussen nog even naar mijn leuke behangetje. 

Groot onderhoud. Als ik niet beter wist zou ik denken dat de Bouwvereniging het speciaal heeft uitgevonden om mijn uithoudingsvermogen te testen. Een uithoudingsvermogen dat beschamend klein blijkt te zijn voor iemand die bij wijze van ontspanning het SAS-handboek leest.

Na twee weken ernstige overlast (lees: werklieden die, beginnende om 07.15, de hele dag in en uit mijn huis wilden, hevig lawaai en bergen rommel maakten en ons zonder water en stroom opsloten in de woonkamer terwijl we al die tijd geen douche en toilet hadden, en en passant nog even de stroomdraad levensader naar mijn elektrisch fornuis doorzaagden) hoeft er nu alleen nog maar geschilderd worden. Buitenom. Ik, met mijn optimistische instelling, had bedacht dat dat een peuleschilletje zou zijn vergeleken met die twee weken. Want: buiten is niet binnen. En: buiten schilderen veroorzaakt geen WC-stress.
Nou, dat had ik dus verkeerd ingeschat. De schilders blijken van het dommige soort en praten alleen binnensmonds. Om de vijf minuten wordt er aangebeld omdat er een deur dan wel raam open moet, of juist weer dicht, en ik moet alles navragen omdat ze hun woorden niet echt kwijt willen. Een mannetje is vandaag al vier keer geweest om 'een beetje stroom' te vragen mompelen. Telkens voor twee minuten, daarna belt hij weer aan om zijn stekker weer terug te krijgen. 
Net nu de kit-walmen van tussen de verse tegeltjes zijn opgetrokken worden we vergiftigd met verfdampen. En met alle ramen open is het ook niet bijster warm. Waarom doen ze zulke dingen altijd in de winter? Ik heb twee keer eerder een renovatie/groot onderhoud meegemaakt en beide keren zaten we te klappertanden omdat het al half november was. (Ik schrijf dit terwijl een schilder half mijn woonkamer inhangt en in een Fries dialect tegen zijn kompaan buiten praat over appeltjes. Ik ben de onzichtbare vrouw.)
En uiteraard bellen ze telkens net aan als ik denk veilig even op mijn nieuwe maar akelige WC te zitten. Je zou van minder een spastische darm krijgen.
Nu zie ik de rest van de twee weken dat er geschilderd wordt met angst en beven tegemoet. Nog twee weken steigers voor de deur. Twee weken de slaapkamergordijnen dichthouden. De kachel uit. De adem in. 
Ik weet het: ik hoor blij te zijn, want ik heb een gemoderniseerde WC en douche gekregen en het buitenschilderwerk wordt gedaan. 
Maar na opgegroeid te zijn in een schattig boerderijtje dat gedurende achttien jaar verbouwd werd heb ik mijn portie kou, stof, herrie en chemische dampen gewoon wel gehad. Ik wil comfort. Ik wil orde, netheid, warmte. Ik verhuis nog liever dan dat ik in een renovatie/verbouwing/groot onderhoudsmomentje zit.
Wat mij in deze dagen op de been houdt is denken aan mensen in vluchtelingenkampen, want die moeten dag in dag uit in dit soort stress leven. En dan ook nog met duizenden mensen bij elkaar. Dat moet een nachtmerrie zijn. (Zo sprak ik mezelf ook altijd toe als we gingen kamperen; Je kunt dit, want de kindertjes in Afrika zijn er veel slechter aan toe. Wat dat nog met 'plezier' en 'vakantie' te maken had, weet ik eigenlijk ook niet.)
Enfin. Ook dit zal voorbijgaan. Het enige positieve wat het oplevert is een blogpost. Kennelijk is akeligheid de drijfveer die mij tot schrijven aanzet. Dus jullie mogen de Bouwvereniging wel dankbaar zijn.