Het leven van een huisvrouw is een aaneenschakeling van paradoxen en onmogelijke opgaven.

Het is nog maar 10 voor 10 's morgens, en ik kan zo al drie bedenken:

*
's Morgens (en 's middags trouwens ook) moet ik met de hond een dermate lange en/of actieve wandeling te maken dat hij de rest van de dag tevreden, moe (en dus rustig) is, maar toch moet ik zelf na die afmattende wandeling nog zo fit zijn dat ik de rest van de dag het huishouden kan doen. En dat terwijl een jonge hond vele malen meer energie heeft dan een vrouw van 34.

*
De bedoeling van huishouden is volgens mij zo'n beetje dat je alles opruimt en/of schoonmaakt zodat het huis schoon en leefbaar en gezellig is voor de andere gezinsleden... die al dat werk op het moment dat ze binnenkomen onmiddellijk weer ongedaan maken.
Schoon, leefbaar en gezellig is het dus alleen maar als je alleen thuis bent.

*
Het leven van een huisvrouw draait verder ongeveer om het kopen en bereiden van voedsel: Ontbijt, gezonde tussendoortjes, lunch, nog meer gezonde tussendoortjes; 's avonds natuurlijk een lekkere en vooral gezonde warme maaltijd, en nog meer (zucht) tussendoortjes (tja, mijn kinderen hebben met name TUSSENDOOR honger).

Je doet verdraaid hard je best opdat iedereen maar gezond en goed gevoed is en blijft. Maar zelf moet je zoveel mogelijk zien af te blijven van al dat lekkers dat je klaarmaakt.


Op de een of andere manier doet het me denken aan de Griekse mythologie.

Neem Herakles (in het Nederlands ook wel Hercules genoemd), die twaalf onmogelijke werken moest doen. Ik was altijd al zwaar onder de indruk van hoe hij de Augiasstal wist schoon te maken...een voorbeeld voor moeders door de eeuwen heen. Een zwaar en onmogelijk werk heet dan ook een Hercules-inspanning.

En wat denk je van Sysiphos, een best wel intelligent persoon die zelfs de dood om de tuin wist te leiden. Uiteindelijk werd hij gestraft (dat wel natuurlijk, de goden konden het niet echt hebben dat iemand slimmer was dan zijzelf) en moest hij voor eeuwig een zwaar rotsblok tegen een steile berg op wentelen, dat echter telkens van de top weer in de diepte rolde waardoor hij gedoemd was eeuwig dat rotsblok opnieuw en opnieuw de steile berg op te duwen. Een werk dat nutteloos en eindeloos is heet dan ook nog steeds een Sysifusarbeid.

Verder herinner ik me Tantalos, die na zijn dood eeuwig gekweld werd (hij had óók geprobeerd de goden om de tuin te leiden, maar was daarin NIET geslaagd). Hij stond tot zijn lippen in het water en er hingen druiven voor zijn mond, maar als hij wilde drinken of eten weken de druiven en het water voor hem weg. Wat wel heel handig is als je op dieet bent, maar niet als je honger hebt.

Als iets binnen je bereik is, maar je het net niet kunt bereiken heet dat dus een Tantaluskwelling. Denk aan een schoon huis, of opgevoede kinderen, of een man die zijn modderige schoenen uitdoet als hij thuiskomt. Ik ben er elke keer bij-na, maar het lukt net niet helemaal. Zo gauw het huis bijna aan kant is springt de modder weer op de vloeren, hoopt de was zich als bij toverslag op, en vermenigvuldigen de hondeharen zich waar je bij staat.

Volgende prangende vraag...waarom zijn het juist deze mythen die ik mij herinner? Ik kan me eerlijk gezegd geen vrolijke mythe met een blijde moraal te binnen brengen.
Alleen maar kwellingen en noeste doch nutteloze arbeid.

Is dit een afspiegeling van mijn sombere wezen, van de zwartgalligheid van de Grieken, of heb ik mijn bestemming aangevoeld en werd ik daarom heel jong al aangetrokken tot juist deze getormenteerde personages?

Wat ik er in elk geval van opgestoken heb, is dit:

Grieks volgen op school is erg nuttig als je huisvrouw wilt worden (dat riekt trouwens ook al naar een paradox).
Want dan begrijp je dat alleen de werkelijk groten, de helden, degenen die de goden durven uitdagen of bedonderen en daarin soms nog slagen ook, gekweld worden.

En dát, kan ik je verzekeren, voelt stukken beter dan gewoon de zoveelste hopeloze huisvrouw te zijn.

0 reacties: