Een nachtmerrie had ik vannacht, en niet zo'n kleintje ook. De droom begon als volgt: Ik was bezig een vriendin uit te leggen dat álle sprookjes en verhalen uiteindelijk terug te voeren zijn op de verhalen in de bijbel (vreemd dat ik daar zo stellig over was, ik geloof namelijk eerder dat alle sprookjes én de verhalen in de bijbel 'oerverhalen' zijn.) Ik daagde haar uit: noem een sprookje en ik vind het bijpassende Bijbelverhaal. Ze noemde eerst Klein Duimpje. Ha, dat was een makkie natuurlijk: David en Goliath. Het verhaal van 'klein en slim tegen groot'.

Daarna noemde ze een sprookje dat ik niet kende: De contrabas. Ik vroeg haar mij het verhaal te vertellen, het bleek te gaan over een contrabas die ongelukkig/jaloers was wegens de mooiere muziek van de twee andere instrumenten van zijn eigenaar. Ik wist het gelijk: drie leerlingen van Jezus die steeds ruzieden om wie er nou eigenlijk beter was. Ik legde uit dat Jezus had gezegd dat iedereen zijn eigen soort muziek speelt, en daarom even waardevol is als een ander. (Wat een fantasie heb ik toch…ik verzin zelfs nieuwe Bijbelverhalen waar je bij staat. Zou Hij ook iets over ukeleles gezegd hebben?)

Op dat moment verschenen er, in alle stilte, ruimteschepen in de lucht. Die dreigend, en nog steeds stil, bleven hangen. Omdat wij net over sprookjes en verhalen aan het praten waren, schoot mij te binnen dat ik slim moest zijn, en me níet binnen in een gebouw moest verstoppen, maar dat we ons beter in het bos konden verstoppen. (Ik vraag me nu nog steeds af uit welk sprookje ik die wijsheid dan heb opgedaan.) J. was bij mij en zij wilde ook absoluut buiten blijven, dat was veiliger zei ze. Alleen omdat ik ons hondje zocht ging ik toch even het dichtstbijzijnde gebouw binnen, probeerde daar in een gevonden rugtas nog wat etenswaren te proppen (een mokkataart…ik haat mokka! En dan dat geknoei in die rugzak…) en de rest van het gezin te vinden. Alle mensen, zoals verwacht, vluchtten naar binnen. Iemand stelde een vraag over stokstaartjes: Hoe gedragen die zich bij gevaar? Dat leek me redelijk irrelevant, geen tijd voor quizzen nu, dus ik zocht verder. Maxi vond ik echter niet, en ik ging daarom snel weer naar buiten. Daar was J. die me aanspoorde om niet weer naar binnen te gaan, maar nu mee te gaan het bos is.

Op het moment dat we het bos ingingen klonken er dreigende geluiden (Okee, het klonk als die toeters uit War of the Worlds, maar dat kan natuurlijk toeval zijn.) en ja hoor, de ruimteschepen vernietigden de gebouwen. Wij renden zo hard we konden verder het bos in, maar al vrij snel kwamen we weer bij een open gebied, met aan alle kanten dorpjes, steden. In de verte een klein plukje bos. Omdat de ruimteschepen en nog steeds waren, doken we weer het bos in waar we zojuist uitkwamen, en probeerden een andere kant. Maar weer kwamen we bij een gebouw terecht. Ik besloot ook hier even te zoeken naar Maxi, terwijl J. ongeduldig stond te wachten. Geen Maxi, wel veel mensen. Geen nuttige spullen ook. Weer naar buiten, en de dreigende toeter klonk weer. Gauw, gauw, weer het bos in. De bomen (naaldbomen) stonden dicht op elkaar, dus het bos leek veelbelovend als verstopplaats, maar na een meter of vijftig kwamen we bij een snelweg. Met een benzinestation. Wat heb je daar nou aan als je niet net aan het autorijden bent in je droom. Okee, ik zag er een tosti liggen, die ik gauw in mijn rugzak stopte, voor onderweg, zeg maar. Dat was dan weer heel praktisch.

Vluchten in de natuur konden we in ieder geval wel uit ons hoofd zetten: overal hadden de mensen hun sporen nagelaten…gebouwen, steden, dorpen, snelwegen, benzinestations. (Need I say more?)

Plotseling, zo gaat dat in dromen, bevonden wij ons weer in een gebouw, een soort school-achtig gebouw met brede gangen en lokalen. Mijn moeder en G. waren er nu ook. We waren er vrij per ongeluk binnengelopen, en ik wilde dus weer naar buiten. Toen ik naar de deur liep viel het me op dat iedereen doodstil stond. En ik dus niet, want ik liep. En oja, als je niet bewoog, konden de ruimteschepen je niet vinden, ze werkten met bewegingsdetectie. (Handig dat ik daar aan het eind van de droom nog even achter kwam. Verdorie, ik had naar dat stokstaartjesverhaal moeten luisteren, daar zat een waarschuwing in!)
En toen zag ik door het raam het groene laser-oog van het ruimteschip… ik liep nog snel door tot buiten het bereik van het oog, maar helaas, ik was te laat en te langzaam. ZE hadden me gevonden. De groene laserstraal raakte me en ik dacht: Okee, ik ben benieuwd wat er nu komt. Is er leven na de dood? (Ik blijf altijd optimistisch.) Ik voelde dat ik helemaal warm werd, en ik dacht: Misschien ga ik ontploffen? Hoe zou dat voelen? (En nieuwsgierigheid is mij ook niet vreemd.)

Maar na enkele seconden leek ik gewoon mezelf weer te zijn. Nou ja, mezelf…er zat een vreemde metalen strip ter hoogte van mijn enkel, die uitstak als een soort antenne. Ik wist dat ZE me nu altijd konden vinden, waar ter wereld ik me ook zou verstoppen. ZE zouden altijd weten wat ik deed en waar ik was. Ik liep terug naar mijn moeder en G., en liet de metalen strip zien. En toen zag ik dat op de binnenkant van mijn pols een streepjescode stond, met een nummer. In een soort afgeplatte ovale (bonuskaart-sleutelhanger?-)vorm.
Verdraaid, ook dat nog. "Maar het is wel een mooi nummer," zei ik (nog steeds optimistisch dus) tegen mijn moeder, die ook iets met nummers heeft: "kijk maar, allemaal zessen en negens". (Voer voor fans van complottheorieën en Illuminati-jagers) ….

Helaas werd ik toen wakker. Jammer, want ik was wel benieuwd hoe het anders afgelopen zou zijn.

Ik zweer dat ik de afgelopen tijd GEEN boeken heb gelezen, of films heb gezien, over ruimteschepen, laserscanners of complotten. Echt niet! Waarschijnlijk is deze droom getriggerd door het ophalen van een anonieme Bonuskaart, gisteren. Nu ik die andere verknipt heb, blijkt dat het onzichtbaar blijven op de radar van Big Brother kennelijk wel belangrijk is voor mij. Hoe dit te combineren valt met een blog moet ik binnenkort maar eens uitpuzzelen.

De nuttige berichten die als bonus (ahum) in deze droom verstopt zaten:

1) Oude verhalen zijn belangrijk, ze leren ons dingen.

2) Lui met laseruitleesapparaten verschijnen stilletjes en ze vinden je voornamelijk in gebouwen met veel mensen.

3) Doen wat de grote massa doet is niet altijd verstandig (Gebouwen invluchten).
Maar soms wel (niet bewegen). Ja, daar heb ik iets aan, bedankt droom.

4) Ik heb een dringend gevoel van "terug naar de natuur", naar wat daarvan over is, in elk geval. Jammer genoeg is het meeste al bedorven door de mensen.

5) We moeten ons geen streepjescodes (bonuskaarten?) en antennes (telefoons met gps?) laten opdringen die ZE met lasers/scanners/satellieten kunnen uitlezen zodat we geen privacy meer hebben en ZE altijd weten waar we gaan en staan.

6) Neem altijd eten mee voor onderweg, anders eindig je met overgebleven mokkataart en koude tosti van een benzinestation.

8 reacties:

Ellen1979 zei

Ik heb je blog nog niet gelezen. Alleen de eerste zin. Je schreef gisteren dat een tijdsbepaling aan het begin van je stukje niet goed is. Dat gaat niet alleen om het eerste woord maar om de eerste zin ;)
Ik moest er erg om lachen hoe je nu een kromme zin maakt om het te proberen te vermijden. Ik ben helemaal niet zo'n schrijver, meer verteller. Ik zou het houden bij, Brrr, nachtmerries. Verschrikkelijk vind ik ze, maar ik had er weer een. Je schrijft regelmatig op je blog dus je vaste lezers en onregelmatige bezoekers snappen heus wel dat je dit recentelijk hebt meegemaakt. Succes met het proberen te vermijden van je tijdsbepaling. Ga ik nu verder lezen.

Meibloempje zei

@ Ellen,

ah, okee, jij hebt er (ook) verstand van begrijp ik. Ik weet alleen wat mijn dochter gisteren vertelde, namelijk dat het niet als eerste woord(en) mocht. En ik denk dat het vooral voor nieuwsberichten geldt.

Doe je ook iets journalistieks/schrijverigs?

Meibloempje zei

Oeps, je schrijft juist dat je geen schrijver bent, meer een verteller. Dus vast geen journalist. :)

Meyser zei

Wat een gewéldige droom! En wat blijf jij daar heerlijk koelbloedig in (en inderdaad, optimistisch!).
Ik droomde vroeger regelmatig dat er een toren zou omvallen, en waar ter wereld ik ook heen zou vluchten, ik zou altijd verpletterd kunnen worden onder die toren. Nergens veilig zijn. Ik moet bekennen dat ik wel even opgelucht ben dat ik dat alweer een hele tijd niet gedroomd heb. Maar toch, de volgende keer blijf ik gewoon stil staan, net als jij. Wie weet kom ik dan éindelijk te weten in welke mate ik verpletterd word!

Meibloempje zei

@ Meyser,

zich herhalende dromen hebben vaak wel met een bepaalde situatie te maken. Omvallende torens ken ik niet, maar vroeger droomde ik steeds over treinen. In het begin werd ik altijd naar de rails getrokken, alsof het een magneet was. Hoe vaker ik die droom had, hoe sterker ik werd. Uiteindelijk kon ik op het perron blijven staan. Ik heb daarna nooit weer over treinen gedroomd.

Later, in de tijd dat wij ons eigen bedrijf opstartten, droomde ik over vliegen. Eerst dat ik instapte in een vliegtuig, maar er weer uitstapte voordat het opsteeg, later dat ik bleef zitten, maar dat het vliegtuig zó laag vloog dat het een beetje hoger moest als er een boom op zijn vluchtroute stond. Nog weer later droomde ik dat het een echte vlucht werd, en uiteindelijk vloog ik zelfs naar de USA. En dat terwijl ik in werkelijkheid nog nooit in een vliegtuig gezeten heb!

In het boek over dromen stond dat vliegen iets te maken heeft met plannen die tot ontwikkeling komen, idealen en doelen die je gesteld hebt, de vleugels uitslaan en dat klopte dus helemaal met de situatie waarin we ons toen bevonden. Toen het bedrijf eenmaal goed liep, heb ik nooit weer over vliegtuigen gedroomd.

Misschien kun je het ergens opzoeken wat die vallende toren te betekenen heeft. Ik zie dromen als een vertaling in beelden van je (onbewuste) gevoelens, kennis en gedachten.

muchodinero zei

Jeetje wat een droom en dat door een bonuskaart. Ik denk inderdaad dat alles wat je bezig houdt je in je dromen verwerkt. Maar dat je dat zo goed nog weet zeg, ik word ook wel eens wakker midden in de nacht en herinner me dan nog flarden, maar de volgende ochtend zou ik niet meer weten waar het over ging.

Naar aanleiding van je vorige stukje.Ik word ook altijd op de vingers getikt door mijn zoon haha.

Vlijtig Liesje zei

Wow, wat een droom! En wat heb je hem goed onthouden zeg.

Fijn dat je er nog positieve lessen uit haalt.

Ellen1979 zei

Hoi,
Nee, ik ben geen journalist maar heb heel veel gedaan waarbij stukjes schrijven steeds een rol speelde. En ik lees erg graag.
Mijn zus heeft wel 2 jaar journalistiek achter de rug en studeert nu geschiedenis en schrijft nog veel voor van alles en nog wat. Het grappige is dat zij dus automatisch niet met een tijdsbepaling begint. Zij schrijft dat wat ze zeggen wil. Over het onderwerp. Ik vind het lastig om uit te leggen. De tijd wordt vaak wel duidelijk uit het verhaal of aan het einde van de inleiding.

De W's hebben volgens internet volgorde van Wie? Wat? Wanneer? Waarom en hoe (nou ja, een w)? Ben je ook geografisch geïnsereerd vraag je ook af waarom daar? De volgende tip is een korte inleiding, een kern en een afsluiting.
Daar ben je trouwens erg goed in, in die afsluiting. Ach, het laatst wat we lezen is toch dat wat het meest blijft hangen toch?
Groeten, Ellen