Gnothi seauton leerde ik tijdens de lessen Grieks. Ken uzelve. Zo makkelijk gezegd, zo waar, en zo moeilijk te bereiken. Want we willen onszelf liever niet kennen. Nee, geef nou toe, zou jij iemand willen kennen als jezelf? Niet als de zelf die je speelt, maar als de zelf die je bént? Die echte jij die wel boos is of beledigd, die wel onzeker is, die achteloos drie koekjes eet als de visite vertrokken is, gewoon uit opluchting omdat ze weg zijn. Zo'n onvoorbeeldige persoon is niet bepaald een aanwinst voor je vriendenkring. Dus. Die ken je liever niet. En dus kijk je bij voorkeur niet naar binnen maar in de spiegel; misschien letterlijk, op een door jou gekozen gunstig moment met een gunstige lichtval en je beste kleren aan en met je buik ingetrokken; of door naar anderen te kijken en daar zoveel meer fouten te ontdekken dan bij jouw echte zelf. En toch ontkom je ook dan niet aan zelfkennis die langzaam doorsijpelt. En ach, op zeker moment is dat onder ogen zien ook niet meer zo erg en kun je jezelf wel vergeven. Hoe langer je met jezelf leeft hoe beter het lukt.





De eerste keer dat ik moest huilen door een liedje was toen de meester van de zesde klas ons lesgaf over Vincent van Don McLean. En in dezelfde tijd over het liedje Goodnight Saigon van Billy Joel. Dat was een gevalletje overkill. Een hele groep zesdeklassers laten huilen was vast niet de bedoeling.
Ik heb geen idee meer wat het onderwijskundige gedeelte was ... was het voor muziek? Maar daarvoor hadden we toch een andere leraar, dus dat klopt dan niet. Geschiedenis misschien? Dat liedjes soms over echt gebeurde (hele zielige) dingen gaan? Dat zou kunnen. 
Maar aan die lessen heb ik dus een levenslang medelijden met Vincent van Gogh en met de soldaten (en de Vietnamezen) in de Vietnam-oorlog overgehouden terwijl al die dingen toch van erg voor mijn tijd waren. Iedere keer voel ik een steek in mijn hart als ik hoor they would not listen, they did not know how, perhaps they'll listen now. 





Het liedje dat ik het allermeest vind passen bij rede en hartstocht is het liedjes More than Words van Extreme. Maar tot mijn ongenoegen is het dit jaar uit de Top2000 verdwenen! Het is een mooie weergave van hoe hart en het hoofd elk hun eigen weg willen gaan. Zul je wel, zul je niet?
More than words is all I ever needed you to show...
Samen met mijn vriendin zong ik dit liedje een hele zomer. Op de fiets, tweestemmig. Toen er nog lang geen liefde in beeld was, maar het liedje niet minder mooi.



Maar regels zijn regels, ook hier, en dus moet ik een Top2000liedje kiezen. En dat wordt dan The Bangles met Eternal Flame, het mooiste 'hartstochtelijke' liedje dat ik ken.

Ik heb een zwak voor troubadours. Voor de Boudewijn de Groots en de Ramses Shaffy's in deze wereld. Ik weet niet precies waarom, misschien is het het aura van eenzaamheid dat er om ze heen hangt. Of van opstand. In elk geval voel ik me wel thuis bij hun muziek. Ik ben misschien te laat geboren heb ik ook zo vaak gedacht! En vrijheid hoeft niet zo groot te zijn, laat me gewoon mijn eigen gang maar gaan.




Dit mag niet en dat mag niet. Overal zijn regeltjes voor.
Voor sommige mensen zijn er meer regeltjes dan voor anderen. ;-)
Zo herinner ik mij dat mijn broertje vroeger gek was op Queen. Maar Queen was in onze kringen not done. Vooral niet dat ene liedje, omdat er een bijrolletje voor de duivel was. Beëlzebub. Oeh. Stel je voor zeg; na het luisteren van dat liedje zou je 's nachts nooit meer rustig kunnen slapen. En trouwens, die enge Freddy Mercury met zijn goddeloze leven ... en zijn I want to break free!
Jaren later ontdekte ik zelf hoe mooi de muziek van Queen is. En daarom in het kader van 'stik maar met jullie regeltjes' hier een mooi nummer van Queen. En hé, het staat op nummer 1 in de top2000!







Misdaad en straf in relatie tot een muziekstuk?
Dan denk ik aan het prachtige liedje Take a Message to Mary van The Everly Brothers. Maar dat is alweer een liedje dat niet in de Top2000 staat.



Maar dit is de schrijftop2000, en dus moet er een liedje bij uit de Top2000. En dat wordt dan The Boxer van Simon and Garfunkel. Het had altijd wel iets beklemmends en dreigends, vond ik.
Ik draaide vroeger die cd van Simon and Garfunkel uren achterelkaar. Er zat zoveel in. Such are promisses. All lies and jests, still a man hears what he wants to hear and disregards the rest.
Hoe makkelijk iemand die arm is en toch al onderaan de samenleving hangt verlokt wordt tot het overtreden van de regels omwille van wat comfort en warmte. Een waarschuwing dat elke stap de eerste kan zijn op weg naar een nog lager pad.

Kopen, daarover heb ik het op dit blog wel eens meer gehad. :-) Mocht je dat gemist hebben, kijk dan vooral eens onder de kopjes 'De uitdaging' en 'geld' in Meibloempje per Onderwerp. Met kopen heb ik een haat-liefde verhouding. Iets kopen is leuk, maar ik lijd nogal eens aan koop-shock. Dat wil zeggen dat ik het achteraf erg moet verwerken als ik geld heb uitgegeven. Het enige wat op zo'n moment helpt is het budget voor volgend jaar weer helemaal doorrekenen. Daar word ik dan wel weer rustig van, omdat ik het weer allemaal op een rijtje heb en we nog steeds niet failliet gaan.
Verkopen is een ander verhaal. Hoewel het in principe 'leuk' is - het levert immers ruimte in huis, én geld op - vind ik verkopen op bijvoorbeeld Marktplaats verschrikkelijk. Ik ben er gewoon niet zo goed in. Ik ontdek altijd net voordat iemand iets komt ophalen nog een defectje aan het te verkopen item. Of het gaat op het laatste moment nog kapot.
Onze allereerste verkoop: Een bed dat de draai naar boven niet haalde. Via (toen nog) een advertentie in de krant verkocht. Bed stond 's avonds nog heel beneden in de kamer, de volgende dag (toen de koper zou komen) was het bed ingestort...
- Dressoir dat ik wilde verkopen keurig op de foto gezet (gewoon nog opgetuigd in de woonkamer). Er zou een koper komen, dus dressoir leeggehaald. Vind ik een akelige watervlek! Ik heb de hele nacht staan schuren en lakken om het dressoir weer mooi te krijgen!
- De TV die ik wilde verkopen, en die het altijd prima had gedaan maar al een tijdje niet gebruikt werd, wilde ik ten behoeve van de verkoper nog even aansluiten. Op het moment dat de verkoper de auto voorreed ontdekte ik dat het ding geen geluid meer gaf! Paniek!
- De computer die ik werkend verkocht en die de volgende dag bij de koper de geest gaf. Niet mijn fout, maar ik voelde me evengoed ellendig.
Dit is maar het topje van de ijsberg. Van een heleboel dingen kan het de kopers trouwens niet eens iets schelen, maar ik vind het zelf zo erg. En daar word ik dan nerveus van. Dus verkopen? Alleen als het echt nodig is. Ik breng het nog liever gratis naar de kringloopwinkel.
En gelukkig kan ik dat dan doen onder het motto recycling. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee. In dit geval andermans portemonnee, maar ik ga ervan uit dat ik daar ook zal vinden wat ik nodig heb wanneer ik het nodig heb. There's more to find than can ever be found. You should never take more than you give.

From the day we arrive on the planet
And blinking, step into the sun
There's more to see than can ever be seen
More to do than can ever be done
There's far too much to take in here
More to find than can ever be found
But the sun rolling high
Through the sapphire sky
Keeps great and small on the endless round

It's the Circle of Life
And it moves us all
Through despair and hope
Through faith and love
Till we find our place
On the path unwinding
In the Circle
The Circle of Life

It's the Circle of Life
And it moves us all
Through despair and hope
Through faith and love
Till we find our place
On the path unwinding
In the Circle
The Circle of Life


Heel mijn leven ging ik al gekleed in tweedehands kleding. En niet dat ik dat erg vond hoor. Meestal was het een feest als er weer een berg kleding van een ouder nichtje werd gebracht. Wie kreeg er  tenslotte net als ik zakken vol kleren tegelijk? Nou dan.
Maar ja. Toen het financieel eenmaal kon was nieuwe kleren kopen ook wel heel erg leuk. En dat deed ik dan ook met overgave. Totdat ik me realiseerde dat ik me in nieuwe kleren niet veel beter voelde dan in tweedehands kleren. Erger nog, dat het dragen van nieuwe kleren grotere zorgen meebrengt. Immers, je gaat ze zelf nog bederven. Hoe hard je ook probeert het te vermijden, ooit komt die eerste vlek erin. De eerste schram op de schoen. De eerste afgevallen knoop. En dan is het nieuwe eraf. He, wat jammer. Wat zonde.
En dat 'jammer'gedeelte, dat steekje van teleurstelling, krijg je niet wanneer je tweedehands kleding draagt. Gebeurt daar iets mee, dan voel je hooguit een klein scheutje van opluchting: wat fijn dat ik hier maar €3,75 voor betaalde en geen €60,-
En evengoed loop ik er niet bij als een zwerver in 'ragged clothes' en 'worn out shoes'. Alweer iets om dankbaar voor te zijn.

Ralph McTell, Streets of London

Het huis waar ze is geboren kan ze zich niet herinneren, behalve dan dat haar moeder het haar altijd aanwees wanneer ze er met de bus langsreden. Het was een wit huis en het stond aan het kanaal. Niet 'een kanaal' maar 'het kanaal'. Volgens de overlevering waren haar ouders arm maar gelukkig en hadden ze sinaasappelkistjes als meubels. Precies de goede start voor een consuminderaar dus. 
Toen ze twee was verhuisden ze naar een flat op vier hoog. Daar was een slaapkamer én een speelkamer en een balkon en een galerij. Beneden tussen de flats was de kleuterschool, en als je door het raam naar buiten keek kon je in de verte het stadhuis en het carillon zien. Ze herinnert zich nog goed het grote patroon van het behang in de gang. En de keuken waar haar moeder brood bakte. Eigenlijk herinnert ze zich alles nog. Met een simpel liedje komen de beelden weer boven. Visite, visite op de radio of By the Rivers of Babylon en ze zit weer in de keuken met de moderne gewolkte formica uitklaptafel met bijpassende stoelen.
Toen ze zes was verhuisde ze weer, nu naar een oud boerderijtje. Met een flink stuk land eromheen. Inmiddels had ze ook broertjes - en bijna een zusje - dus dat huis (en vooral dat stuk land eromheen) was voor een stel kinderen natuurlijk heel wat beter dan een flat. Het huis was oud, en is totdat ze uit huis ging op haar achttiende aan verbouwing onderhevig geweest. Haar vader deed alles zelf - hij las een boek over timmeren en kon timmeren, las een boek over metselen en metselde nieuwe slaapkamers.
Het was er ook koud en tochtig (ooit bevroor de hele goudvissenkom, de goudvissen overleefden het vreemd genoeg), maar toch was het leuk. Inloopkasten waar je je kon verstoppen. Een opkamertje, een echte kelder waar soms het water in stond, met honderden potten jam. De deel, een stoffige zolder en een wrak schuurtje maakten het af. Het was leuk zolang het duurde. Ze mist niet het huis zelf, wel de vrijheid: het rennen in het gras, boompjeklimmen, landlopertje spelen, voetballen. Maar goed, die dingen zou ze nu waarschijnlijk tóch niet meer gedaan hebben, als ze er over nadenkt.
Daarna woonde ze vier jaar met echtgenoot in een rijtjeshuis in een stille stad in Friesland en toen verhuisden ze naar de huidige woning: ook weer een rijtjeshuis, nu in een gezellig havenstadje. Ze huren al twintig jaar. Nee, daar heeft ze geen enkel probleem mee. Ze weet hoe het gaat als er een eigen huis is en er dingen kapot gaan. En ze is nog iedere winterdag dankbaar voor centrale verwarming. Voor haar geen 'Bouwval gezocht' of 'Help mijn man is klusser', ze zit hier prima. 
Om in de stemming te blijven: The Carpenters (jaja, pun intended!) met Yesterday once more.

Huilen van het lachen. Of moeten lachen van het huilen. Het ligt zo dicht bij elkaar. Van de meeste muziek word ik blij, van sommige muziek melancholiek. 
Er zijn maar een paar liedjes waar ik echt heel droevig van word. Droevig als in tranen met tuiten. En dat is ten eerste het lied van Karin Bloemen Geen kind meer. Ik kan het bijna niet eens typen zonder te gaan huilen, is dat nou niet vreselijk droevig? En dan leeft mijn moeder dus gewoon nog (en dat moet ze ook nog minimaal veertig jaar blijven doen, alstublieft, dankuwel). Hoe moeilijk moet dat liedje zijn voor diegenen die hun moeder niet meer hebben.
En het tweede lied heb ik nog maar twee keer gehoord en allebei de keren sprongen de tranen in mijn ogen. Ik moest eerst opzoeken hoe het heet. Het heet De Weg en is van de 3JS en staat vreemd genoeg niet in de Top2000. Nou, dan maar als bonusnummer. En als je nu niet wilt gaan huilen kun je deze liedjes beter niet gaan luisteren. 

Karin Bloemen, Geen kind meer

3JS De Weg
Arbeid en muziek is voor mij een twee-eenheid. Zingen tijdens het afwassen, hoe cliché, maar wel de manier om die ellendige afwas nog enigszins draaglijk te maken in mijn jonge jaren. We hadden een beperkt repertoire (de liedjes die op de paar cassettebandjes stonden die mijn ouders hadden) en dat repertoire was op zijn zachtst gezegd oud-Hollandsch en vooral leuk vanwege de vele begeleidende geluiden die mijn broertje daarbij kon maken. Heer in 't verkeer van Toby Riks werd voorzien van een heel concert aan autogeluiden. Ik sta op wacht mocht het doen met retteketet, retteketet.
Daarnaast natuurlijk alles wat we kenden van Wim Sonneveld, want daarvan hadden we ook een cassettebandje. Dat imiteerden we dan zo goed mogelijk, met stemmetjes en accenten en al. "Dag man achter het loket. Magkfanuunposzegelfannkwagtje?" Hilarisch. Wat waren we met simpele dingen gelukkig. Soms.
Die hele Wim Sonneveld kenden we verder niet, maar hij heeft het afwassen naar een hoger niveau gebracht. Ja, dat mis je dan allemaal weer met een vaatwasser. Vandaar dat wij hier gewoon weer afwassen. En zingen.
En daarom, en ook omdat het zo'n droevig mooi liedje is en precies staat voor alles wat ik heb opgeschreven voor vandaag: Het Dorp.




PS Mijn broertje maakt nog steeds graag begeleiding bij zang. Hij maakt nu 'beats' van 'samples' voor hiphop en rap en zo. Geloof ik. :-)
Luister hier maar eens. Is wel iets heel anders dan de muziek van vroeger, maar vaak heeft hij hele korte stukjes uit oude muziek verwerkt in deze beats! Je hoort het tikken van de plaat.

http://www.djsadhu.com/audio-video/audio-production/djsadhu-crossroad-instrumental/

Onderstaand nummer is een lied gezongen/gerapt door 3ko, muziek van mijn broer.
http://www.djsadhu.com/audio-video/djsadhu-beats/track-fake/
Eten! Drinken! Blijer kun je me niet maken. Nou goed dan: Zingen! Lezen! Schrijven! staan ook hooggenoteerd op mijn waarderingslijst.
Het mooist is natuurlijk een optelsom. Lekker eten en leuke muziek. En daar dan later de herinnering aan.
De combinatie Reibekuchen en Der Hauptmann von Köpenick bijvoorbeeld. Gelardeerd met wat Thank You very Much van the Scaffold, of de b-kant van het singletje: Lily the Pink. Zulke dingen kwamen heel af en toe voor als papa een goede bui had en uren in de keuken stond te bakken.


Ergens onderweg kwam dan vaak nog 'Je bent niet hip, je bent niet knap,' voorbij en als de stemming er goed in zat draaiden we In the Mood van Glenn Miller waarbij we dan overtuigend de blaasinstrumenten probeerden uit te beelden. Oké, het kan zijn dat ik dat laatste er nu bij verzin. Maar het zou ook zomaar waar kunnen zijn. We luisterden geen muziek, we wáren muziek.

Totdat vader riep: "Jongens! Essen Fressen!"
Dan waren we gewoon weer varkentjes die zich verdrongen om de trog.


Glenn Miller, In the Mood.




Voor de liefhebbers (geen Top2000)

Drafi Deutscher, Der Hauptmann von Köpenick


The Scaffold, Thank you very much


The Scaffold, Lily the Pink
Vroeger deden mensen het nog wel eens in liedjes: geven. Ze gaven elkaar een roosje, m'n roosje; of een kus in de bus van Bussum naar Naarden. Ze zongen: Alles geef ik jou, mijn ziel, mijn zaligheid en trouw. Of Stand by your man, and give him all your loving. 
Dit is meer het tijdperk van Gimme, Gimme, Gimme - vooral zo rond Klaas en kerst. I want it all, I want you, You're the one that I wantI want you to want me, Girls just want to have fun en Everybody wants to rule the world roepen de songtitels in de Top2000Nou, dat is klare taal. En de titels die 'give' of 'geef' bevatten staan in de gebiedende wijs. Foei!
Nee, dan die prachtige zinsnede over geven uit C'est ma vie van Adamo:
Et c'est vrai tu m'as donné
Les plus beaux de mes jours
Et je te les rendais

(en het is waar, je hebt mij de mooiste dagen van mijn leven gegeven 
en ik heb ze je ook teruggegeven)
Dat klinkt toch volkomen anders dan I want it all.
Het mooiste complete lied over geven (en over dankbaarheid) is Gutenacht Freunde van Reinhard Mey. De mensen die hij dankbaar bezingt geven alles... tijd, energie, liefde, warmte, eten, drank, gezelschap. Zouden zulke mensen nog echt bestaan? Waarschijnlijk zijn ze gemoderniseerd en willen ze nu ook de wereldheerschappij.
Maar heel af en toe is er nog iemand die zich opwerpt als een Bridge over Troubled Water. Zo iemand als Annemiek van Deursen. Een lichtpuntje in de duisternis voor veel mensen. Bridge over troubled water is het eerste lied dat ik ooit hoorde van Simon and Garfunkel, en ik was meteen hooked. Hun muziek verveelt mij nog steeds niet. 

Zou er een boek zijn met voorbeeldige moeders, dan stond ik niet bij de beste tien. Ook niet bij de beste honderd, denk ik. Eerlijk gezegd is de kans groot dat ik ergens achteraan in een onduidelijke voetnoot zou belanden. Ik ben nu eenmaal geen moederlijk type. Baby's hebben geen wonderbaarlijke aantrekkingskracht op mij, en kinderen zijn over het algemeen -  uitgezonderd die van mijzelf - gewoon vervelend. Hoewel lezen mijn lievelingsbezigheid is begin ik tijdens vóórlezen na de tweede zin al te gapen. Letterlijk, dus. En hoewel ik dol ben op koken en bakken, vind ik niks vervelender dan een kind te moeten begeleiden dat het ook wil leren. Ik weet het en ik zei het al: ik ben verschrikkelijk.
Kinderen hebben hun goede kanten natuurlijk. Zo worden ze steeds leuker naarmate ze ouder worden, en dat gaat helemaal vanzelf, zonder inspanning van mijn kant. En ze zijn best wel grappig, vooral intelligente kinderen (lees: die van mij). En als ze eenmaal kunnen afwassen ... nou ja.
Maar er is een ding wat ik altijd geweldig vond (en vind) van het hebben van kinderen: het ongegeneerd luidkeels kunnen meezingen met allerlei jolige muziek. Muziek van illustere duo's als Bassie en Adriaan, Samson en Gert, Ernst en Bobbie en de rest, Kwiebus en Snoezepoes (durven die lui niet alleen?); liedjes van Sesamstraat, Kinderen voor kinderen en 'Kinderen zingen voor dieren'. Liedjes van Annie M.G. Schmidt (soms uitgevoerd door VOF de Kunst, dan weer door Kinderkoor de Lijsterbesjes. Of zo) van Pippeloentje tot liedjes uit de serie Otje. Niets leukers dan onderweg in de auto met zijn drietjes heel hard Geen ruzie in de ooto, want daar schiet je niks mee op!!! zingen, met Bert-en-Erniestemmetjes uiteraard. Vader houdt zich op die momenten wijselijk stil, want hij is niet zo'n begaafd zanger.

Maar goed. Al die liedjes halen de top2000 nooit, wat jammer is, want kinderliedjes staan barstensvol waarheden en wijsheden waar volwassenen behoorlijk van zouden kunnen leren. Papieren, papieren uit Otje gaat over de verschrikkelijke bureaucratie waartegen de gewone mens vaak weerloos is. Hij doet het niet, uit dezelfde serie, over hoe alles fout kan lopen wanneer je teveel op computers vertrouwt. Sesamstraatliedjes staan bol van leerzame dingen als leren tellen, spellen, delen, omgaan met gevoel, en gezond eten. You get the point.

Na de kinderliedjes kregen we het puber- en tienerrepertoire. Dat begon met "I'm a barbiegirl" van Aqua (en daarvan mogen we blij zijn dat het de Top2000 niet vervuilt) en "Underneath you clothes" van Shakira. Dubieuze teksten, wat u zegt. Maar daar had mijn kroost geen weet van, dus werd er lekker meegebruld. Dankzij Playstation singstar raakten we daarna helemaal into ABBA. Bijzonder: in de jaren '70 en '80 is de ABBA-hype volledig aan mij voorbijgegaan. Hun muziek was dus voor mij net zo nieuw als voor mijn kinderen. Dat krijg je ervan als je wordt opgevoed met schlagers.

Ik heb wel meer gemist in de jaren '70 en '80. En soms komt iets met een vreemde omweg dan toch nog op je pad. Een paar jaar terug kwamen de kinderen (hé, daar zijn ze weer!) met een liedje op de proppen van Youtube, een satirisch geval over Osama Bin Laden. Osamama... Bin laden... een jurk en een baaard. De melodie was zo grappig dat we het best vaak zongen. En toen kwam ik erachter dat de originele muziek van Boney M was, namelijk van het liedje Ma Baker. Ik had dus nog nooit van Ma Baker gehoord, maar Boney M kende ik wel. Sinds ik twee jaar was is mijn lievelingsliedje al By the Rivers of Babylon. Om kort te gaan: binnen no time stonden we te swingen op Ma Baker.
Ma Baker is minstens zo onverantwoord als Osamama natuurlijk, opvoedingsgewijs, maar je kunt je er wel heel erg lekker op uitleven.
En dat mag dan wel in die voetnoot vermeld worden. Niet zo'n voorbeeldige moeder maar je kunt er wel mee zingen. Een beetje lol in het leven heb ik de kinderen hopelijk wel meegegeven, of misschien kun je beter zeggen: teruggegeven. Muziek, zang. En ik mag dan een vreemde moeder zijn, eentje die niet van voorlezen houdt en van baby's, zo erg als Ma Baker ben ik in elk geval niet. En nu ik erover denk, hoe grappig: ik ben ook geen Osa-mama. Dus eigenlijk mogen mijn kinderen zichzelf best feliciteren.

Ma Baker van Boney M.



En voor de lol ook nog even Osamama...hoewel natuurlijk inmiddels achterhaald.
Ja, als we moeten schrijven over het huwelijk, dan denk ik toch meteen aan Het Huwelijk. On-ver-ge-te-lijk, echt waar. Wat? Mijn huwelijk? Nee, joh. Dat van Willem-Lex en Máxima natuurlijk. Zelfs ik zat voor de TV. Ongelooflijk dat die jongen zo'n knappe vrouw heeft weten te versieren. Dat moest ik toch gewoon even zien. En dan dat momentje hè. In die kerk. Ik geef het toe, zelfs ik heb 'n traantje gelaten. Toen die Klaas ... eh, Karel dinges op zijn accordeon dat liedje speelde. Wat? O ja, Karel Kraayenhof. Wablief? O, het is Carel met een C. Ja natuurlijk, we zijn hier wel bij de hogere stand, hoe kan het ook anders. Ja, Carel Kraayenhof. Hij heeft anders wel echt zo'n Hollandse kop, meer een Klaas dan een Carel hoor. Ach, wie had ooit van hem gehoord. Is toch maar mooi beroemd geworden door dat liedje. Eerst die hele rel om die vader van Máxima. En dan dat ogenblik dat Carel dinges op zijn soort van Argentijnse accordeon - of hoe heet het, bandolero? Bande - ja precies! Bandoneon - dat liedje speelt. Adíos Nonino. Tot ziens vadertje. En Máxima dat ene koninklijke traantje wegpinkte. Ja, je denkt toch ook even aan je eigen vader, zeg maar. En ineens was ze niet meer zomaar een prinses, maar een prinses die haar vader had moeten inleveren bij de ingang van het koninkrijk. En die muziek, die deed echt iets, weet je. Plotseling lagen de Nederlanders snikkend aan haar voeten. Nooit weer overgegaan ook. Die Karel dinges met zijn abon...de...bolero die heeft wat op zijn geweten hoor. Ze mag hem wel dankbaar zijn. Nou ja, hij staat sindsdien wel in de Top2000, dat dan weer wel.
Het Huwelijk. Die muziek. Onvergetelijk, echt waar.

God, hoe heette dat muziekinstrument nou ook weer?


Where do I begin
To tell the story of how great a love can be?

Eigenlijk vatten die twee regels het allemaal samen. Er is geen beginnen aan om gevoel uit te leggen, te verklaren, vast te pinnen. En toch proberen schrijvers het steeds weer en weten ze iets in ons te raken. Gek genoeg lukt het een liedjesschrijver (pardon, 'songwriter') in een liedje van vier coupletten en met slechts een handvol woorden vaak nog beter dan een romanschrijver in een pil van vijfhonderd pagina's om 'the story of love' te vatten. "'cause I'm your lady, and you are my man ... " uit 'The power of Love' kan in één uithaal de essentie van een beginnende liefde vertellen, of het succes van een zestigjarig huwelijk verklaren. Die paar woorden behelzen minstens zoveel emotie en verhaal als een hele trilogie aan streekromans. Dat is wat mij aanspreekt in liedjes in het algemeen en dit lied in het bijzonder.
Misschien is dat ook het geheim. Geen woorden, maar daden. Make love, not words.




Ik besluit vandaag zomaar om mee te doen met de schrijftop2000 van schrijfcoach Hella Kuipers. Waarom ook niet? De opdracht: aan de hand van gegeven onderwerpen een stukje schrijven over een nummer in de top2000. HIER lees je de opdracht en meer informatie.
Het onderwerp vandaag is: De komst van het schip.


De komst van het schip.
Onze neef was een jaar of wat ouder dan wij en daarom cool, hoewel wij dat woord toen nooit gebruikten. Hij leerde voor boekhouder en had een verzameling Eppo's en Donald Duckjes; onder zijn strenge toezicht mochten we die wel eens bekijken. Dat deden we dan angstvallig voorzichtig, want er mocht geen vouwtje in het papier komen.
We logeerden bij zijn ouders: mijn oom en tante. Daar logeren was tegelijkertijd een drama en een feest. Drama omdat we niet mochten kruimelen of huilen of ons haar kammen op een andere plaats dan voor het spiegeltje in de gang. Ook moesten we slapen op een 'kermisbedje', een veel te hard luchtbed dat halverwege de nacht weer te zacht werd, en mochten we niet vaker dan een keer per nacht naar de WC. Toch was het ook feest omdat er alles was wat we thuis niet hadden. Snoep. Kastelen in de buurt. Een reusachtige speeltuin. Eppo's. En een televisie.
En zo maakte ik - door mijn neef en de televisie - voor het eerst kennis met het fenomeen videoclip. Neef kwam thuis, van school of werk, en zat om 17.00 gespannen voor de televisie te wachten op iets wat wel heel bijzonder moest zijn. En dat was "Sailing Home" van Piet Veerman. Ik had niet veel kaas gegeten van Engels, maar dit kon ik ook nog wel begrijpen. De gevaarlijke roep van vrijheid. Het onstabiele evenwicht tussen vandaag en morgen. Nu is alles nog goed, maar dat kan in een oogwenk veranderen. En we blijven vechten tegen de bierkaai.
Dat mijn onderkoelde neef bijna emotioneel kon worden van een liedje was iets bijzonders en misschien is het me alleen daarom al bijgebleven. Piet Veerman zeilde zo mijn herinneringen in en is er nooit weer vertrokken.

Toen ik een klein meisje was vroeg ik mij op zekere dag af waarom er op een verpakking vaak een  vermeld stond voor het gewicht. Bijvoorbeeld: Inhoud 150 gram. Mijn vader (die best veel wist) legde toen uit dat het staat voor estimated, oftewel 'geschat'. Het produkt weegt ongeveer 150 gram, het kan een beetje meer of een beetje minder zijn. Ik was onder de indruk. Wikipedia bestond toen nog niet en dan is een vader met wat algemene kennis best een pré.

Ik moest er vandaag aan denken toen ik in de winkel een stuk voorverpakte kaas wilde kopen. Meestal staat de kiloprijs aangegeven, en is de gewicht en de prijs van het stuk kaas zelf afgedrukt op de verpakking. Maar hier kon ik geen prijs vinden op de verpakking. Na een beetje zoeken bleek dat al deze stukken kaas 450 gram 450 gram wogen, en dat de prijs voor al die stukken gelijk was.

Goed. In het geval van een pond druiven of aardbeien - als ik toch al op de groente-afdeling en in de buurt van de weegschaal sta - weeg ik zo'n bakje fruit wel eens na. Of eigenlijk pak ik twee bakjes die  er veelbelovend uitzien, ik weeg ze beide en dan koop ik het zwaarste. En vorige week toen ik zag dat verpakte biologische gember 1,49 per bakje kostte, en het ene bakje veel voller oogde dan het andere heb ik ook even gewogen. En terecht: het ene bakje bevatte de beloofde 125 gram, het andere bevatte 194 gram!

Daardoor was ik plotseling ook wel erg benieuwd naar het gewicht van deze stukken kaas. Want ze kunnen onmogelijk allemaal precies 450 gram wegen. Dus ik trok de stoute schoenen aan en ben twee stukken gaan wegen op de groenteweegschaal. En (tadaa!) het ene stuk kaas woog 461 gram in plaats van 450 gram, en het andere stuk woog maar liefst 489 gram! Drie keer raden welk stuk met mij mee naar huis mocht.

Denk nu niet te snel dat negenendertig gram geen zoden aan de dijk zet. Het lijkt een summier voordeel. Maar net zoals kleine uitgaven opgeteld aan het einde van het jaar een flinke kostenpost vormen, en braaf opgespaarde euro's die niet gemist worden na verloop van tijd een leuk spaarpotje zijn, is een heleboel keer negenendertig gram een behoorlijk stukje kaas. Stel dat ik wekelijks een stuk kaas van 450 gram koop, maar elke keer een stuk heb dat 39 gram meer weegt ... dat levert in 12 weken tijd 450 gram 'gratis' kaas op, oftewel een heel stuk. Dat is vier gratis stukken kaas per jaar. En zeg ik daar nee tegen? h... n. :-)
(Over)wegen? Ik zou het doen.

Ik kwam op het idee door de nieuwsbrief van Annemiek van Deursen (waar ik een paar blogs geleden al gewag van maakte): zelfgemaakte instantsoep. Een geweldig idee vond ik het, want het is gezond, goedkoop en lekker. Ik ben dol op soep en op bouillon en als ik mijn eigen kant-en-klaar-mengsel voor bouillon kan maken vind ik dat zeker het proberen waard!

N.B. Je kunt de hoeveelheid van het dit recept misschien de eerste keer beter halveren. Ik maakte het hele recept, maar dat is genoeg voor een heel weeshuis of voor een jaar bouillon.

Instantsoep, 1
Het recept en een stukje uit de nieuwsbrief van Annemiek:
Instantsoep 
1 kilo wortels
1 kilo uien
1 pond knolselderij
150 gram peterselie
150 gram basilicum  
Alles heel fijn malen in de keukenmachine en mengen met een kilo zout.
De instant bouillon in schone glazen jampotten en een laagje olijfolie erop gieten. Olijfolie sluit helemaal af en blijft alles goed.
Een theelepeltje instant bouillon in een theeglas kokend water erop en mmmmmmm eigengemaakte cup a soup.
Als je roerbak of soepjes maakt op het einde de instant bouillon toevoegen want van meekoken wordt de smaak minder. En valt het kwartje al? Je betaalt wel heel veel in de super  voor zout met groentesnippers samen geperst in vierkante blokjes.
Annemiek heeft helemaal gelijk. En hierbij wil ik nog een slim idee van haar vermelden: een soepdoos in de diepvries. Plaats een afsluitbaar plastic bakje in de diepvries en bewaar daar allerlei restjes rauwe groenten in en tomaten die bijna zacht worden enzovoorts. Wanneer je dan soep (of bouillonpasta) wilt maken heb je al groenten 'gespaard'!
Maar ik zou mezelf niet zijn als ik niet op zoek ging naar nog meer mogelijkheden, variaties en aanpassingen. Ik hou nu eenmaal van een goed basisrecept met veel opties.

Instantsoep, 2
En toen vond ik op de site van 101cookbooks het volgende recept (dat weer een aanpassing is van een recept uit een boek van The River Cottage Preserves Handbook), dat vrijwel hetzelfde werkt:
Instantsoep van 101cookbooks
150 g prei, gesneden en goed gewassen
200g venkel in stukjes
200g wortel, schoongemaakt en in stukjes
100 gram selderij
100 gram knolselderij, geschild en in blokjes
30 gram zongedroogde tomaten
100 gram sjalotjes, geschild
3 middelgrote teentjes knoflook
250g fijn zeezout
40 g peterselie, gehakt
60 gram koriander, gehakt
Hak alles zeer fijn in de keukenmachine. Het moet een soort losse pasta worden. Bewaar een kwart in de koelkast voor snel gebruik, en de rest in de diepvries voor de komende maand. Door al het zout wordt het geen harde klomp, maar kun je eenvoudig een lepeltje bouillon nemen als je het nodig hebt.  
Begin met 1 theelepel bouillonpasta per 250 ml water. Voeg naar smaak meer toe.
Het is duidelijk dat je allerlei groenten en kruiden kunt gebruiken, ik ga dus wat experimenteren. In het eerste recept is de verhouding 3:1 wat het gewicht van groenten/kruiden tegenover zout betreft, in het tweede recept 3,5:1. Als je deze verhoudingen een beetje in de gaten houdt moet het goed komen.

Het recept op 101cookbooks leverde ook reacties op over sofrito, een soortgelijk mengsel dat in de Latijns-Amerikaanse en Caribische keuken veel gebruikt wordt. Uitleg over sofrito en de verschillende soorten die er zijn en hoe je die moet maken vind je hier (klik!) Het verschil met de instantbouillons is zo te zien dat er aan sofrito geen zout wordt toegevoegd. En wel veel knoflook.




Gefermenteerde bouillonpasta
De hierboven beschreven instantbouillons passen ook wel in het straatje van een recept dat ik al eerder opdeed, namelijk dat van gefermenteerde bouillonpasta. Ik kreeg het van Beate de Haan.
Gefermenteerde Bouillonpasta van Beate de Haan
"Deze zomer ontdekte dat het een techniek is al heel lang gebruikt wordt om bouillon te maken vooral in de macrobiotische keuken en leerde dat het nogal nauw luistert welke verhouding je gebruikt, namelijk 7 % zout. Dus ik ging opnieuw ermee aan de slag. Ik heb zojuist mijn eerste glas bouillon, op die manier gemaakt, gedronken en dat was heerlijk. 
Je hakt 700 gram groente en kruiden heel fijn. Daarna meng je het met 100 gram zout, ik gebruik keltisch zout omdat dat heel mineraalrijk is. Je vult er jampotjes mee. Omdat de verhouding nogal nauw luistert heb ik per potje de groente afgewogen en er dan 7% zout in laagjes tussen gestrooid. Na drie weken is het voldoende geferrnenteerd om te gebruiken. De potten hebben zich vanzelf vacuum gezogen.  Na opening bewaar ik het in de koelkast en daar is het tot een jaar houdbaar. Mijn mengsel bestond uit:
prei, uien, bleekselderij, snijselderij, lavas, tijm, calendulabloemen en oregano
Voor deze groente/kruidenbouillon was de basis prei. Ongeveer 3/4 bestaat uit het donkere deel van de prei, aangevuld met uien en kruiden, met de kruiden kun je lekker varieren, maar lavas oftewel maggikruid zou ik niet voor iets anders inruilen het geeft zoals de naam al doet vermoeden een echte bouillonsmaak aan het geheel. Ik heb er bloemblaadjes van de calendula doorheen gedaan dat geeft optisch een mooi effect is natuurlijk erg gezond maar dat kun je probleemloos weglaten als je er niet makkelijk aan kunt komen."
Bouillonblokjes
Voor degene die zelf(s) zijn eigen bouillonblokjes wil maken (ach, we zijn nu toch bezig!): ook daar is een recept voor, namelijk van Hans Gerlach uit het boek "Kruiden en Specerijen". Volgens mij wordt het ongeveer de pasta die je bij de eerste twee recepten ook maakt, maar daarna droog je het in de oven.

Maak je eigen bouillonblokjes

3 eetl koriander, grof
1 eetl venkelzaad
1 eetl peper
1 eetl piment
750 gr uien
125 gr prei
500 gr wortelen
250 gr selderij
250 gr venkel
50 gr knoflook
1 bosje tijm
1 bosje peterselie
50 gr gedroogde paddenstoelen
100 gr zout

Maal de specerijen, maak de groentes schoon en hak ze fijn, pureer alles samen tot pasta. Spreid uit op met bakpapier beklede bakplaat, en droog gedurende vier uur op 100 graden. Schep af en toe om. Uiteindelijk wordt het een dikke pasta. Afgesloten in de koelkast blijft dit een jaar goed.
Ik ben nu helemaal in mijn nopjes, want dit zijn vier slimme manieren om eenvoudig je eigen instantsoep te maken. Je kunt veel verschillende kruiden en groenten gebruiken, restjes verwerken, bouillon naar eigen smaak ontwikkelen. Bovendien kun je de pasta houdbaar maken door het onder olie te bewaren, in te vriezen, te drogen of te fermenteren. Kiest u maar. En dan de Maggi de deur uit!


In het programma 10xbeter (een aanrader!) was deze week een item over de Time/Bank te zien. Mensen kunnen hier dingen of diensten aanbieden of juist 'kopen', met als ruilmiddel 'tijd'. Die tijd wordt keurig bijgehouden en verhandeld in de vorm van uurbiljetten.
In eerste instantie dacht ik dat het net zoiets als gewone ruilkringen was. Lets, Noppes, je hebt er vast ook wel van gehoord.
Maar bij nader inzien gaat timebanking dieper dan dat. En is het realistischer. Bij Lets of Noppes stelt iemand zelf vast hoeveel Lets hij vraagt voor wat hij kwijt wil, of wat zijn dienst aan Noppes waard is. Het nadeel is dat het soms wat moeilijk vergelijken is. Kun je haarknippen op enige manier vergelijken met het maken van een vrolijk schilderij, een auto repareren of iemand leren naaien?
Bij timebanking telt enkel het aantal uren dat aan iets gewerkt wordt. Een schilderij kan twee uur werk gekost hebben of dertig uur. En dat is dan ook meteen de prijs.
Het geeft een realistische waarde aan dingen. Iets waar meer tijd in gestoken is kost meer. Het hangt dus een kaartje aan dingen en diensten: hoeveel tijd zit er in? Omgekeerd krijgt de tijd plotseling ook waarde. Een uur van jouw tijd (in welke vorm dan ook) kan grote waarde hebben voor iemand anders.
Ik vind zulke dingen fascinerend. Eigenlijk zou dit de basis moeten zijn van ons financiële systeem.

Het laat me ook nadenken over tijd. Als een uur tijd een standaard ruilmiddel zou zijn, hoeveel tijd zouden we dan nog doorbrengen met computeren en tv-kijken? Weinig, denk ik. Want TV-kijken is dan ineens de woekerpolis, het krediet met hoogste rente. Want met elk uur dat je TV kijkt verlies je niet alleen dat uur (en wat het waard is), maar wordt je levensverwachting ook nog eens 22 minuten korter. Onderzoekers ontdekten dan mensen die 6 uur per dag TV kijken gemiddeld 4,8 jaar korter leven! Wat dat betreft is TV dus een tijdmachine. Een tijd- en geldverslindende machine, wel te verstaan. Behalve als je naar programma's als 10xbeter kijkt, natuurlijk. ;-)


Ik ben opgevoed met zelfgebakken brood. En ik hou echt niet van dat slappe winkelbrood. Maar ja, je hebt niet altijd tijd om zelf uitgebreid te gaan staan broodbakken.
Dacht ik.
Totdat ik dit recept vond. Waarschijnlijk komt het uit het boek "Artisan bread in five minutes a day". Het is supereenvoudig en kost je hooguit vijf minuten werk, voor twee broden die je NIET meteen hoeft te bakken. Het levert een stevig brood met een krokante korst op, precies zoals ik het graag lust. Door het hoge vochtgehalte blijft het brood ook lekker vers.
En last but not least: met een pak volkorenmeel van 89 ct (Jumbo) bak je twee broden, maar van drie vier pakken meel bak je acht tien broden. Dat is dan tien broden voor 2,67  3,56 aan volkorenmeel. Reken nog een beetje voor gist en voor elektra of gas (oven), maar het blijft een koopje: acht tien versgebakken broden voor de prijs van twee broden bij de bakker of biologische winkel!*

Je bakt het brood meteen, of je doet het deeg in een of twee afsluitbare diepvriesbakken in de koelkast. Je kunt het daar een paar dagen bewaren en gebruiken als je het nodig hebt. In de koelkast gaat het rijsproces heel langzaam verder. Ik kan je verklappen dat als het deeg een of twee dagen in de koelkast gestaan heeft, het brood nog lekkerder wordt. Als je (een gedeelte van) het deeg eerst afgedekt in de koelkast zet, hou dan rekening met een langere rijsperiode in de bakvorm (een paar uur). De koelkastkou moet er namelijk ook weer uit. Ik haal gewoon 's middags een bak deeg uit de koelkast en doe het in een blik, en ik zie wel wanneer het de bovenrand van de vorm bereikt heeft. Dan bak ik het, en dan is het mooi op tijd klaar voor het ontbijt van de volgende dag.
Deze hoeveelheid is genoeg voor twee vormen ter grootte van een cakeblik, feitelijk bak ik ze ook echt in cakeblikken, wat niet zo hoort: cakeblikken zijn zilverkleurig en broodvormen zijn zwart; dat is beter want zwarte vormen worden heter. Bij Action kun je momenteel grote broodvormen kopen voor ongeveer vier euro, en die ga ik een dezer dagen maar eens halen.

Voor de duidelijkheid heb ik het werk blauw weergegeven. :-)

780 gram volkorenmeel of bloem, of van elk de helft.
1,5 eetlepel droge gist
1,5 eetlepel zout (of? lees de reacties over hoeveelheid gist en zout...)
720 ml lauw water
Deze ingrediënten doe je in een kom en roer je eventjes (een minuutje) totdat ze gemengd zijn.
Die kom zet je afgedekt 1,5 uur weg op een behaaglijke plaats, zodat het deeg flink rijst.
* Hierna kun je het deeg in de koelkast luchtdicht bewaren, volgens zeggen wel een week lang.
Je vet je broodvormen goed in, en verdeelt het deeg over de vormen. Het moet ongeveer tot de helft van het blik komen. 
Nu zet je het deeg weer weg op een warme plaats. Laat het afgedekt rijzen totdat het de rand van de vorm bereikt heeft. 
Je verwarmt de oven voor op 200 graden en bakt het brood eerst 20 minuten op 200 graden en daarna nog 20 minuten op 180-200 graden. Ik hou van een stevige bite en bak het brood dus graag iets heter.

Laat het helemaal afkoelen (als dat lukt) voordat je het aansnijdt. Dit brood kun je in plakjes invriezen. Na ontdooien is het net zo lekker alsof het vers uit de oven komt.

Als je op de foto klikt kun je hem in 't groot bekijken en opslaan. De foto's zijn van meerdere baksessies (want de helft van de tijd vergeet ik foto's te maken) dus we beginnen met witbrood, gaan halverwege over naar twee volkorenbroden en eindigen met één krentenbrood met wat weinig krenten. :-)

*Ik had mij een beetje verrekend. Als je vier pakken meel hebt hou je vier keer 220 = 880 gram over, en heb je dus genoeg voor weer een portie deeg. Dank aan de oplettende lezer die mij hierop attent maakte!

UPDATE:
Inmiddels heb ik dit recept ook gemaakt met 0,5 eetlepel gist en 1,5 theelepel zout. Het rees prima, wel iets trager, maar ik vond het brood wel een tikje flauw.

UPDATE 2: Ik heb het brood nu een flink aantal keren gebakken. Het lukt telkens prima. Ik vind wel dat er erg veel gist in zit en gebruik nu minder gist. Volgens Levine van uit de keuken van Levine klopt de hoeveelheid bloem niet (zij heeft het boek met het originele recept) en moet het 880 gram bloem zijn. Ook zij zegt dat teveel gist het brood niet lekkerder maakt en onnodig is. Zout moet altijd ongeveer 2% van de hoeveelheid bloem zijn, dus het beste zou in dit geval zijn 14 gram zout te gebruiken, wat inderdaad ca. 1,5 eetlepel is. Doe er je voordeel mee.
Ik geef toe dat ik geloof dat de wereld in een financiële crisis zal storten. Dat is een van de redenen waarom ik mij bezighoud met bezuinigen, besparen en leren hoe je groente moet telen. Als ik tijd heb.

In duistere stormachtige nachten bedenk ik angstig hoe laag ons land ligt, en dat er alleen maar een enkele dijk tussen het zeewater en mijn warme bed staat. En dat die dijk en die zee oncomfortabel dichtbij liggen benauwt mij zeer. Op zo'n moment ben ik ervan overtuigd dat het een goed idee is om een rubberbootje op zolder te leggen. Voor het geval dat. En daarna val ik, gerustgesteld door mijn plannen, in slaap. Ik had nooit "Oosterschelde, windkracht 10" moeten lezen toen ik klein was.

Ik zal eerlijk zijn: ik heb ook een evacuatiepakketje in de trapkast staan. Voor als die dijk ooit doorbreekt en we ijlings naar hoger gelegen gronden moeten vluchten. Maar dat is niet overdreven, vind ik. Het is het advies zoals je kunt lezen op nederlandveilig.nl: voorbereid zijn op noodsituaties. Weten wat je moet doen.
Toch bekruipt me op andere momenten (op prachtige lentedagen bijvoorbeeld) het idee dat ik een beetje raar ben. Dat de meeste mensen geen enkele gedachte aan grote gevaren wijden, laat staan maatregelen treffen. Dat de algemene opinie is dat we onkwetsbaar zijn, en dat het neurotisch is om je zorgen te maken om een e-ven-tu-ele ramp die hoogstwaarschijnlijk nooit gaat gebeuren.

Maar sinds kort weet ik dat het wel meevalt met dat neurotische van mij. Ik kijk namelijk naar "Doomsday Preppers" op National Geographic Channel. Doomsday Preppers zijn mensen die zich prepareren op de dag des Oordeels, de volledige ineenstorting, de grote klap, 'when the shit hits the fan', in welke vorm die shit ook mag komen. En er blijken nogal wat mogelijkheden te zijn. Zo kunnen we voor onze ramp kiezen uit een wereldwijde financiële ineenstorting, een pandemie, een mega-aardbeving (gevolgd door een of meerdere tsunami's), een vulkaanuitbarsting, een zonnevlam waardoor de elektriciteit wereldwijd uitvalt, bacteriologische oorlogvoering, en - serieus - een verschuiving van de poolas (waarna alle zojuistgenoemde rampen tegelijk zullen plaatsvinden).

Met stijgende verbazing kijken mijn gezinsleden en ik naar brave huismoeders en ex-militairen die hun gezin klaarstomen om oorlog te voeren tegen plunderaars en hongerige medemensen. Een voormalig marinier (type: stoer, keihard) leert zijn kinderen schieten, en is daarbij zo dom om voor het oog van de camera zijn eigen duim eraf te schieten, waarna hij niet zo stoer flauwvalt; wat zijn kinderen dan weer enorm deugd doet.
We zien mensen verhuizen naar 'veiliger' oorden, waar ze een bunker bouwen en van het land leven. Ver van vijanden - en vrienden - vandaan. We leven mee met de zielige kinderen van de bacterievrouw (die dozen vol mondkapjes en schorten heeft en de hele buurt voorziet van desinfecterende gel) wanneer ze verplicht moeten oefenen op een griepuitbraak. De schoondochter die iets te laat komt mag niet meer binnenkomen, want inmiddels speelt het gezin quarantainetje in een met plastic afgeschermde keuken.

Allemaal vrezen ze de honger en hebben ze schuren vol levensmiddelen. Sommigen van de preppers zijn zes uur per dag bezig met overleven. Ja, nu al, terwijl er nog niets gebeurd is. Ze stapelen brandstof en voedsel op onder de bedden, sluipen 's nachts gewapend door hun huis ("Je moet je eigen huis in het donker kennen, dat biedt een enorm tactisch voordeel!") of leren Tagalog om onverstaanbaar met elkaar te kunnen communiceren wanneer vijanden het op hun voedsel voorzien hebben. Bijna allemaal hebben ze grote hoeveelheden wapens om zichzelf te kunnen verdedigen, want ja, als jij na een ramp de enige bent met een voedselvoorraad voor vier personen voor zeven jaar dan ben je je leven niet meer zeker, that's for sure.

De preppers, hoe vooruitdenkend ze ook zijn - of misschien wel daardoor - hebben toch allemaal ergens een blinde vlek. Zo oefent een trucker (die ervan overtuigd is dat als er een ramp gebeurt juist zíjn beroepsgroep het doelwit gaat worden van overvallers) overvalsituaties met zijn vrouw, inclusief een realistische hinderlaag. Dat zijn vrouw, die kanker heeft en zéker eerder overlijdt dan dat er een ramp gebeurt, een tikkeltje gelaten meespeelt lijkt hem niet op te vallen.
De man die zijn gezin steeds weer laat oefenen om binnen twintig minuten buiten de stad te komen in een zwaar bepakte vluchtauto is euforisch als het hen eindelijk gelukt is. Maar hoe lang gaat hij erover doen als er een ramp gebeurt en iederéén de stad uit wil? Dat lijkt me een relevante vraag. Die niemand hem stelt.
En wat te denken van de vrouw die wacht op de klap van een gigantische aardbeving? Heel slim heeft ze voor jaren voedsel in huis. In glazen weckpotten. Die natuurlijk allemaal ongeschonden die mega-aardbeving overleven...

Het is raar om mijn eigen angsten en plannen zo bizar uitvergroot te zien. En confronterend. Maar ook een opluchting. Een zachtaardige man die eruit ziet als Noach (in mijn ogen, dan) brengt zijn buit van die dag - een aangereden grondeekhoorn - binnen en zijn dochtertje van negen begint te juichen bij het vooruitzicht van vlees in de pan.
We lachen erom, ha ha, nee, ik zie mezelf nog geen aangereden katten verzamelen langs de kant van de weg, het idee! Zo gek ben ik dus nog (lang) niet.
Maar ondertussen zijn in mijn hoofd de radertjes al aan het draaien: nooit geweten dat je eieren maandenlang kunt bewaren als je ze met olie insmeert. En wat praktisch: voorraden rijst of meel kun je opslaan in frisdrankflessen! En when the shit hits the fan (fantastische uitdrukking, ik zie het dus echt voor me) hebben we wél een park met eendjes in de buurt ...


P.S.
Op de site van DoomsdayPreppers kun je je 'prepper score' uitrekenen. Mijn uitslag? Ik kan een ramp 1-2 weken overleven. Dat valt tegen. Maar ja. Naar een aantal best wel belangrijke dingen (zoals: heb je een Zwitsers mes?(ja) Of een SAS-handboek?(ja) Kun je broodbakken zonder broodbakmachine?(ja) Hoeveel boeken over rampen heb je gelezen?(veel te veel, daarom lig ik ook zo vaak wakker van alle nare mogelijkheden)) wordt in de test niet gevraagd. Wat is jouw prepper score?


Ze zitten aan de andere kant van het gangpad in een overvolle trein. En ze vallen me op omdat ze de drukte totaal negeren. Ze peuzelen kaasstengels uit een bakje dat op het tafeltje onder het raam staat, alsof ze thuis rustig voor de tv zitten in plaats van in een trein met een massa mensen om zich heen. Ik werp af en toe een blik op ze. Een man met een snor en een vrouw met een beetje een chagrijnig gezicht. Ze zullen ergens in de vijftig zijn.
Mijn blik blijft hangen wanneer ik opmerk dat ze ook nog sap op hun tafeltje hebben staan. Niet in pakjes, nee: in glazen. Weliswaar glazen die eruitzien alsof ze een eerder leven hebben gehad in de douche van een goedkoop hotel, maar toch... glazen? Dit kon wel eens interessant worden. Ik scan hun kleding. De man draagt wandelschoenen en een kakikleurige broek. Aan het haakje boven de zitplaats hangt een donkere jas. De vrouw draagt iets met zwarte en gele vegen. Het ziet eruit als een zelfgemaakt ... jak. Of een hes. Niet mooi. Ze heeft een zwarte broek aan en zwarte sokken en zwarte Ecco's. Praktisch stel, zo te zien. Overal op voorbereid. Zeker een dagje weg met een goedkope NS-dagkaart.
Daar blijf ik even hangen. Uitstapjes met goedkope dagkaarten hebben echtgenoot en ik dit jaar ook al een paar keer gedaan. En we nemen altijd een boterhammetje mee, natuurlijk, voor de eerste trek. Zien wij er over een jaar of vijftien ook zo uit? Zit ik dan met een zurig gezicht in de trein kaasstengels weg te werken? Is dat wat zuinigheid met je doet?
De kaasstengels zijn op, en de plastic verpakking wordt in het prullenbakje gewerkt. De man rommelt wat in een grote rugzak. Hé, ze hebben alle twee dezelfde rugzak, hij een met rode accenten, zij met groene. De term ANWB-echtpaar begint zich naar boven te wurmen in mijn hoofd. Uit de rugzak-met-rode accenten komt een in huishoudfolie verpakt plakje koek naar boven. Echte consuminderaars? Uit een zijvakje van de rugzak komt een Zwitsers mes tevoorschijn. Dat wordt eerst zorgvuldig schoongewreven en -geblazen, en dan wordt het plakje koek keurig in twee evengrote stukken verdeeld. Even eten ze in stilte, maar de koek is al snel op. De man vraagt opgewekt of ze nog wat wil eten. Een boterham misschien? Een stukje kaas? Tjonge, hij is echt op alles voorbereid! Of liever worst? Ja, liever worst.

Er komt een hele droge worst tevoorschijn. Gróningse droge worst, zoals de man nadrukkelijk zegt. Ze zijn onderweg naar Groningen en ze hebben zich alvast aangepast aan de lokale eetgewoonten. Duidelijk het avontuurlijke type.
Maar voordat de droge worst aangebroken kan worden wordt er nog meer in de tas gehengeld, en een fles wijn komt boven. De man schenkt de glazen weer vol. Wijn!? In de glazen zat dus geen sap maar wijn! Midden op de dag, in de trein. Mijn waardering stijgt een beetje. Dat is wel cool, gewoon doodleuk gaan lunchen in de trein met een glaasje wijn. Zouden ze elke dag wijn drinken bij de lunch of alleen vandaag, omdat het een uitstapje is? Wijn heeft wel iets vrolijks, het is in elk geval niet vrekkig. De fles gaat de rugzak weer in en het Zwitserse mes komt andermaal in beeld, om de worst mee te vierendelen.

Ik heb ook een Zwitsers mes. En ik loop op Ecco's en ik ben nog lang geen veertig. Het zijn wel sportieve blauw-witte Ecco's, type sportschoen, en niet van die suffe zwarte; maar toch, die grens ben je waarschijnlijk zómaar over. Help! 
Ze praten over de droge worst, die heel lekker is. Ze proberen te ontdekken wat er nu precies anders is aan Groningse worst. Ik weet het, want ha, ik kom uit Groningen. In Groningse worst zit kruidnagel. KRUIDNAGEL, kruidnagel! Er zit kruidnagel in! probeer ik telepathisch over te brengen. Maar de worst slokt hun aandacht op.
Lekker. Ik heb zelf trek en zou best een stukje Gróningse worst lusten nu, maar ze eten de worst helemaal op. En de wijn drinken ze ook helemaal op.

Dan begint de vrouw in haar rugzak te graven. Wat zou daar uitkomen? De rugzak van de man is een soort magische knapzak vol voedsel, er kan onmogelijk nog een rugzak vol eten nodig zijn. Hoewel, als ze hun diner ook zelf meegebracht hebben zou het kunnen. Maar er komen twee vloeipapiertjes tevoorschijn. Vloeipapiertjes, denk ik opgelucht. Zover zal ik nooit komen, dat weet ik zeker. Daarin worden de glazen gewikkeld voordat ze weer de rugzak ingaan. Dan zegt de vrouw ineens, nadenkend: "Er zit volgens mij kruidnagel in." In gedachten applaudisseer ik.
De rugzakken worden zorgvuldig dichtgemaakt. "Zo, dat was de lunch," zegt de man ten overvloede. Ik zit inmiddels gewoon gefascineerd te kijken, ongeveer zoals je naar een ongeluk kijkt. Je wilt het niet zien, maar je wilt het zien. Je bent blij dat jij het niet bent, maar kijk, het zijn óók mensen met twee kinderen en een Opel. Je kunt niet stoppen met kijken.
Uit de zak van zijn jas (op het haakje) haalt hij omslachtig een aantal printjes. Het is een routebeschrijving. Dat doe ik ook altijd. Mijn humeur daalt weer. Ik wil niet op ze lijken. Google maps, overal goed voor. Hoewel je voor de weg van het station in Groningen naar het Groninger Museum (daar gaan ze naartoe) niet bepaald een routebeschrijving nodig hebt: het museum ligt tegenover het station, waar we nu onderhand aangekomen zijn. Ik stap uit.



Ik hou van de herfst. Vooral de geuren vind ik fijn. Iets van rottende bladeren, nattigheid en kastanjes. En terwijl ik wandel en die heerlijke prikkelende geuren opsnuif bedenk ik dat enorm veel herinneringen vasthangen aan geuren. En ineens zie ik mijn hele leven voor me, gevangen in geur.

Een van de belangrijkste geuren uit mijn kleutertijd is die van het trappenhuis in onze flat. Cement, beton en wat stof denk ik. In dezelfde tijd is de geur van schoonmaakazijn en ammoniak te plaatsen, van mijn moeder aan de schoonmaak. Een geur vol verwachting, een 'we gaan ertegenaan'geur. Nat zandbakzand, wat overigens heel anders ruikt dan zondoorstoofd fijn zandbakzand. Krijt en fruitbakjes in de kleuterschool (een unieke geur die je nergens anders ruikt), gemengd met natte regenjasjes. (Zoals jullie lezen is er heel wat nattigheid in mijn verleden. Maar aan de andere kant zijn geuren sterker wanneer het vochtig is, dus is het eigenlijk wel logisch dat je meer 'regenachtige' geuren hebt dan droge. Denk ik.) Struiken met rozenbottels en struiken met klapbesjes, van die witte.
Gebakken vis op de markt. Het huis van mijn oma. Oude tijdschriften. Heel oude stoffige (misschien een beetje schimmelige) boeken - heerlijk! Wilde rozen. Plastic speelgoed waar vast een stofje inzat dat nu verboden is, want speelgoed van tegenwoordig ruikt heel anders. Heel soms vind je in de kringloopwinkel nog 'oud' speelgoed met bijbehorende geur en hup, dan ben je dertig jaar terug in de tijd.

Oude boerderij. Stof van jaren en vermolmd hout (lekker). De geur van muffige kelder en inloopkasten met vochtig behang. Vochtige veengrond - kruidig, pittig. Heel anders dan de waterige lucht van natte klei in de streek waar ik nu woon. De geur van kalk en cement van toen mijn vader het huis verbouwde. Vers gezaagd hout. Ikeameubels. (Aaahhh, Ikeameubels! Snuifffff!)
De blije geur van het eerste gemaaide gras in het voorjaar (het is lente!). De geur van (gedoofde) kaarsjes in de vierde klas en van Satsuma's. Ik krijg iedere keer een kerstgevoel als ik die zurige Satsuma's ruik!

De geur van hooi, van omgeploegde akkers, de indringende geur van zwarte bessen in de zomer. Van grind en van 'vuurstenen' (bestaan die nou echt of verzonnen wij dat gewoon?).
Laat ik niet vergeten: versgebakken brood. Als ik brood bak komt mijn hele jeugd terug, want mijn ouders bakten altijd zelf brood. Gist is ook zo'n veelbelovend luchtje, een beetje zurig maar levend. In dezelfde categorie: kippensoep die staat te trekken, een beetje een weeïge geur; niet echt lekker maar wel een 'goede' geur, omdat er dan heel lekkere kippensoep op het menu stond! Hetzelfde heb ik met de misselijkmakende lucht van roggebrood dat gebakken wordt: de lucht op zich is niet zo fijn, maar het gevoel erbij is positief. De geur van een houtkachel. Rook, as. Zeldzaam lekker.
Het parfum dat ik van mijn penvriendin kreeg en dat ik jaren gebruikt heb. Af en toe komt die geur nog eens langs, en dan denk ik aan de logeerpartijtjes die we in de vakantie hadden.

Regen in aantocht ruik ik altijd (dan worden alle geuren in huis sterker), en vorst ruik ik ook (soms dagen van tevoren) en sneeuw ruik ik ook wanneer het komt. Geen weerman voor nodig.
Ik vind de geur van koeiepoep (mest, zeg maar) een van de lekkerste geuren die er is: het ruikt naar het land, boerderij, vroeger, knus.
Een van de lekkerste 'nieuwe' geuren is de geur die ons hondje heeft als ze slaapt. Vreemd genoeg ruikt ze dan naar koekjes. Als ze wakker is ruikt ze neutraal, maar slapend ruikt ze echt heel lekker. Een beetje zoals baby's die naar ... baby ruiken.

Hebben jullie ook (zoveel) geurherinneringen?

Hierbij wil ik twee mensen in het zonnetje zetten die met beperkte middelen ontzettend veel weten te doen. Ten eerste Annemiek van Deursen. Wie het consumindermagazine GENOEG leest zal haar naam herkennen, want veel tips van haar worden in de lezersrubriek geplaatst. Annemiek heeft een consuminderhuis opgericht, en over dat consuminderhuis (waar ze de mensen met financiële problemen niet alleen voedt maar ook leert koken en omgaan met geld) en haar dagelijks leven schrijft zij vier keer per week een nieuwsbrief. Annemiek zelf noemt het bescheiden 'mijmeringen', maar er is echt veel van haar 'mijmeringen' te leren.
Hier vind je de site van haar consuminderhuis, en je kunt je daar ook inschrijven voor de nieuwsbrief. Dat doe je door een vriendelijk mailtje te sturen.

Iemand anders die zich heel veel moeite getroost voor de medemens is Rob met zijn site 'Robs Budgetmenu's'. Sinds hij verlamd raakte heeft Rob het tot zijn taak gemaakt om wekelijks de reclames voor ons uit te pluizen en daarbij de goedkoopste recepten te vinden. Iedere dinsdag stuurt hij een nieuwsbrief met recepten voor een hele week, inclusief een compleet vegetarisch weekmenu. Voor die nieuwsbrief kun je je opgeven. Daarnaast staan op zijn site veel besparende tips voor in de keuken. Je kunt ook zoeken in de gigantische database met goedkope recepten. Als dat niet handig is in deze tijden van bezuinigen en besparen!



Op verzoek van Vlijtig Liesje is hier ook nog wafelmix. Waarmee je tevens pannenkoeken kunt bakken...
(Het schijnt dat je van de Bisquick óók wafels en pannenkoeken kunt bakken!)


Pancake/Wafelmix
1080 gram bloem
135 gram magere melkpoeder
100 gram suiker
3 eetlepels bakpoeder
1 1/2 eetlepel baking soda
2 theelepels zout

Mengen en luchtdicht bewaren.

Om pancakes te maken
2 cups (470 ml) mix
410 ml water of melk
1 ei
2 eetlepel olie

Om wafels te maken
2 1/2  cups (590 ml) mix
470 ml water of melk
3 eieren
4 eetlepels olie

Let op. Als je geen 'cup'maat hebt: de hoeveelheid staat er in ml. achter. DUS GEEN GRAMMEN. Zodra ik de grammen weet zal ik die toevoegen. Op dit moment is het een beetje raden omdat een cup bloem en een cup suiker  en een cup melkpoeder niet evenveel wegen en ik dus ook nog niet weet hoeveel een cup van de mix weegt.

Ik was verbijsterd toen ik op een kwade dag de ingrediënten van een pak appeltaartmix las. Die waren zoiets als bloem en zout. Zelf toevoegen: appels, boter, ei, suiker en kaneel. En rozijnen. Wat? Betaalden mensen hier echt zoveel geld voor? Voor een pak bloem, met een snufje zout?
Ja dus. Sterker nog, ze betalen het ook voor pannenkoekmix, voor browniemix en voor cakemix. Terwijl in al die pakken niet veel meer zit dan bloem. Het gaat trouwens niet alleen op voor bakmixen, maar ook voor kruidenmengsels, chocolademelk en veel andere dingen. Soms betaal je gewoon belachelijk veel voor iets wat heel simpel is, en soms zitten die pakken mix vol met nare onuitspreekbare dingen die je niet in je eten wilt hebben.
Maar... ik heb de ideale middenweg gevonden: zelfgemaakte 'kant-en-klaar'mixen. Wel de lusten maar niet de lasten van fabrieksmixen. Ik ontdekte ze op (where else?) Pinterest, en het lijkt mij een prima idee om een voorraadje aan te leggen van de mixen die ik vaak gebruik. Je doet het weeg-en-meetwerk vooraf en hoeft op het moment dat je snel iets lekkers wilt enkel nog de vloeibare bestanddelen toe te voegen. Op Nederlandse sites heb ik tot nu toe geen recepten in deze richting weten te vinden dus misschien introduceer ik hier wel iets nieuws. En jullie waren erbij!
Let op: Ik heb nog niet alle mixen getest! Ik deel het idee omdat ik het heel handig vind. Uitproberen op eigen risico. (Maar dat geldt voor mij ook, dus we zitten in hetzelfde schuitje. Gedeelde smart... en zo.)
Ik geef de mixen elk een eigen blogpost zodat ze makkelijk terug te vinden zijn. Hieronder staan ze (of klik op de linkjes): de Tortillamix, de Nesquik, de Bisquick, de Maïsbroodmix, de Muffinmix en de Browniemix.
Schrijf de bijbehorende recepten op het label van de voorraadpot, zodat je er snel mee aan de slag kunt.
En heb je zelf nog een idee voor een mix die hier ontbreekt?

P.S. Toegevoegd: Wafelmix voor Vlijtig Liesje!
Bisquick
Wat is in vredesnaam Bisquick? Dat vroeg ik mij af toen ik op verschillende recepten stuitte die het als ingrediënt aangaven. Inmiddels weet ik het. Het is een bakmix die je voor vele doeleinden kunt gebruiken. Pannenkoeken, wafels, koekjes, brownies, muffins, hartige taart ... allemaal te maken met Bisquick.
Gelukkig kun je ook Bisquick eenvoudig zelf maken. Er zijn verschillende recepten in omloop, maar ik heb een recept gekozen met weinig suiker en zonder melkpoeder.

Op internet kun je ontzettend veel recepten vinden als je zoekt op Bisquick. Doe er je voordeel mee!


Bisquick (of 'quick mix')
6 cups bloem (750 gram)
3 eetlepels bakpoeder
1 eetlepel baking soda (bij de toko te koop)
3 eetlepels suiker
1 eetlepel zout
1 cup kokosolie (216 gram)

Zeef alle ingrediënten in een grote kom
Voeg de kokosolie toe en meng totdat het een fijn kruimelig mengsel is geworden zonder klontjes.
Dit recept kun je eenvoudig nog verdubbelen als je een grotere voorraad wilt.

Bewaar koel (bijvoorbeeld in de koelkast of diepvries). In plaats van kokosolie kun je ook boter gebruiken, de mix moet dan beslist in de koelkast en is dan houdbaar tot de uiterste houdbaarheidsdatum van de boter.

Ik heb zowel de cups aangegeven als het (mogelijke) gewicht in grammen. Ik zou zelf voor cups gaan, maar wie dat niet kan, wil of durft zou het moeten lukken met de aangegeven hoeveelheden in grammen.



Recepten met 'Bisquick'


Biscuits  1
3 cups 'bisquick' (720 ml)
225-240 ml water
Meng snel tot een soepel deeg, niet te veel bewerken want dan wordt het rubberachtig. Rol uit tot deeg, steek rondjes uit.Bestrijk de biscuits met gesmolten boter.
Bak 10-12 minuten op 225 graden Celsius


Biscuits 2
2  1/4 cup 'bisquick' (540 ml)
160 ml melk
Meng de ingrediënten tot een zacht deeg. Rol uit tot ongeveer 1 cm dik op een met bloem bestoven werkblad. Steek rondjes uit.
bak 10-12 minuten op 225 graden of totdat ze goudbruin zijn.
Je kunt ook eenvoudig kaasbiscuits of kruidenbiscuits maken!


Shortcake
3 cups Bisquick (720 ml)
2 eetlepels suiker
180 ml water
Meng tot deeg. Leg per lepelvol op een ingevette bakplaat. Bak 10-12 minuten op 225 graden.


Hartige kaasburgertaart met 'Bisquick'
1 pond biologisch mager gehakt
1 flinke ui
1/2 theelepel zout

Bak deze ingrediënten in een koekenpan. Giet het vet af. Doe hierna in een ingevette ovenschaal
Bestrooi het gehakt royaal met geraspte kaas.
Maak een mengsel van

1/2 cup (120 ml) Bisquickmix
240 ml melk
2 eieren

giet dit over het gehakt. Bak de 'pie' 25 minuten op 200 graden.
Volgens mij kun je hier prima ook flink wat groenten in verwerken als het geheel maar niet te nat wordt. Het deeg komt OP het vlees/groentenmengsel!

Ik geef toe dat de gigantische hoeveelheid suiker in deze mix mij ernstig tegen de borst stuit. Maar omdat ik me kan voorstellen dat iemand echt op dit recept zit te wachten voeg ik het toch maar toe. Gebruik bij voorkeur ruwe rietsuiker of oerzoet.

Browniemix
1600 gram suiker
720 gram bloem
180 gram cacao
1 1/2 eetlepel bakpoeder
1 theelepel zout
Mengen en luchtdicht bewaren.

Bereiden van 1 x brownies
350 gram browniemix
2 losgeklopte eieren
85 gram gesmolten boter
2 theelepels vanille
De ingrediënten slechts licht mengen, als je te lang of te hard roert wordt het rubberachtig.
Giet in een ingevette vorm van ongeveer 20x20 cm
Bak 30-35 minuten op 180 graden.


Maïsbroodmix (voor 5 x maïsbrood)
500 gram bloem

750 gram polenta (maïsgriesmeel)

5 el bakpoeder
3 tl zout
Goed mengen en luchtdicht bewaren.

Recept op het label; 1 maisbrood.
Oven voorverwarmen op 200°C
260 gram Mix voor Maisbrood

2 eieren

200 ml (karne)melk

flinke scheut olijfolie (1/4 kopje)

klontje boter (om in te vetten)

Giet de eieren, melk en olijfolie bij de mix voor maïsbrood.
Klop alles kort door elkaar.
Vet een cakeblik in met wat boter en bepoeder licht met wat bloem.
Giet het mengsel erin en zet in de oven.
Na 35-40 minuten is het brood goudbruin en gaar.

Muffinmix (voor 4x12 muffins) 
1120 gram bloem
4 eetlepels bakpoeder (totaal 30 gram)
1 theelepel zout
450 gram ruwe rietsuiker
Wat vanillemerg

In een grote kom goed mengen, en hierna droog en luchtdicht bewaren.


Recept voor op het label, 1 bakblik met 12 muffins
400 gram muffinmix
2 geklutste eieren,
250 ml melk/sap/yoghurt en
6 eetlepels olie (of 90 gram gesmolten boter).
Kort roeren, het beslag moet klonterig blijven.
Bak op 200 graden ca. 20 minuten of tot de muffins bruin zijn.
Het beslag kun je aanvullen met vruchtjes, choco
Chocolademelk, dus
Neem een voorraadpot en vul die met
2/3e deel cacao
1/3 deel ruwe rietsuiker/oerzoet
Snufje zout
(optioneel: wat vanillepoeder; of vervang een deel van de suiker door vanillesuiker)
(optioneel: wat theelepels kaneel en een beetje cayenne)

Recept per beker chocolademelk
Neem 1,5-2 eetlepels ‘nesquik’-mix, leng aan met wat kokend water en vul af met koude, warme of hete melk.
Dat is niet zo moeilijk, toch? Voortaan altijd je zelfgemaakte chocolademelk bij de hand! Laat de Nesquik maar in de schappen staan.



Mix voor 4 x 15 tortilla's
1 kilo bloem
1 eetlepel bakpoeder
1 eetlepel zout


Meng goed en bewaar luchtdicht. In de recepten die ik vond werd ook de kokosolie (feitelijk 'shortening', een bakvet, maar dat kennen we hier niet al aan het droge mengsel toegevoegd. Wil je dat proberen, zorg dan dat het een kruimelig fijn geheel wordt en bewaar het op een koele plaats. Voeg in dat geval 4 eetlepels kokosolie aan het bovenstaande mengsel toe, en laat de kokosolie weg uit onderstaande bereiding.


Recept voor 1 x tortilla's
250 gram tortillamix
236 ml water (ongeveer, kan variëren)
1 eetlepel kokosolie of boter


Meng de boter door de mix totdat het kruimelig wordt. Voeg het water toe. De consistentie die je zoekt is ongeveer die van 'playdoh', niet te kruimelig en ook niet te nat. De hoeveelheid water kan dus variëren.
Verdeel het deeg in 15 kleine balletjes en dek af met plastic. Laat ongeveer 15 minuten rijzen. Rol daarna de balletjes zo dun mogelijk uit. Bak in een hete droge ijzeren pan ongeveer 2 minuten per kant tot zich donkere vlekken vormen.

Het heeft even tijd gekost (want ik moest natuurlijk alle aangeraden boeken en websites checken) maar we hebben een winnaar!

Consuminderenmetplezier heeft met haar tip www.supersnelgezond.nl het kookboek 'Puur Plantaardig' gewonnen.
Ik bedank iedereen voor de aangeraden sites en boeken. Verschillende daarvan stonden al in mijn leeslijst rechts, of mijn blogroll, maar er zaten toch naast de winnende tip ook wel wat sites bij die ik nog niet kende. Extra leuk is dat consuminderenmetplezier (<-klik!) zelf ook een heel leuk blog heeft, dat ik vanaf nu aan mijn blogroll toevoeg.

Gefeliciteerd, mail je gegevens naar 'brainiacs at home punt nl' (zelf even omzetten naar e-mailadres) en het boek komt naar je toe!

Kun jij een knoop aanzetten? Een naad innemen? Een gat stoppen?
Tot nu toe kon ik op de eerste vraag ja antwoorden, maar verder dan dat ging mijn verstelkundige kennis niet. Waarom ook? Sokken koop je per tien paar voor een habbekrats, en afvallen was een leuke reden om nieuwe kleren te kopen.
Maar we leven nu in crisistijd. We gaan het voelen in onze beurs. En dus zijn wat vaardigheden om je kleding zelf te kunnen aanpassen nooit weg. Als je met een zandlopernaad een iets te wijde bloes van de kringloopwinkel mooi aansluitend kunt maken, kan dat een hoop geld schelen.

In mijn tijdelijke bezit (geleend uit de bieb) is nu het geweldige boek "Kleding Verstellen" van Joan Gordon. Op een heel eenvoudige manier (met veel plaatjes dus, en in duidelijke termen, en vooral met veel 'keurige stiksteekjes' en 'keurige knoopjes') leert ze ons onze oude of kapotte kleding te verstellen zodat het nog jaren meekan. Het mooiste is dat ze ervan uitgaat dat je alles met de hand doet. Slechts heel af en toe is een naaimachine 'indien gewenst' opgegeven. Dat betekent dat zelfs ik, die tot nu toe drie naamiachines de dood heb ingejaagd, wat aan dit boek heb.

Welke onderwerpen komen zoal aan bod?
Er is een inleiding met daarin wat je minimaal nodig hebt voor het verstellen van kleding. Dingen zoals spelden, een naald (echt waar!) en garen en een verdwijnstift. Dat klinkt als iets uit het arsenaal van Harry Potter maar is kennelijk een onmisbaar attribuut voor de verstelster. Ik wil een verdwijnstift!
Het volgende hoofdstuk gaat over knopen  en sluitingen (haken en ogen, drukknopen, klittenband en dergelijke). Dan volgen de ritsen, de naden (uitleggen, innemen, repareren), de zomen (onzichtbaar zomen, uitleggen, innemen, verbergen, blind zomen, lelijke broekspijpen herstellen) en uiteindelijk een flink hoofdstuk met verstelklussen. Dat gaat van kapotte BH-bandjes repareren en een gat stoppen tot figuurnaden maken en rok- of broekbanden vervangen.


Het boek staat vol met foto's en illustraties. Ik heb tot nu toe maar een puntje van kritiek: op zeven bladzijden is de gebruikte stof op de foto's zo druk dat je de steekjes maar met moeite kunt onderscheiden (zie de onderste foto). Dat is wat jammer en (ik kan het niet laten) daar heeft de schrijfster een steekje laten vallen. Maar afgezien van die kleine schoonheidsfoutjes vind ik het een boek dat, zeker voor degenen die net als ik het verstellen niet meer op school geleerd hebben, niet mag ontbreken in de boekenkast van de consuminderaar.

Het boek kost 19,95 en is onder andere verkrijgbaar bij Bol.com.

Ik bak al sinds ik een jaar of 7 was. Denk ik. Ik herinner me van die tijd vooral de frustratie. Waarom? Lees en heb medelijden.

1) Omdat we niet alles in huis hadden voor mijn bakproject. Dan probeerde ik vervangingen te zoeken (ik was toen ook al heel vindingrijk) zodat ik tóch kon koken of bakken. Dat liep niet altijd even goed af. Ik herinner mij een pudding uit het kinderkookboek, daar moesten ter versiering allerlei bessen op gevleid worden. Die hadden we niet (wat enigszins vreemd is want de rest van mijn herinneringen bestaat voornamelijk uit hele zomers lang bessenplukken omringd door allerlei enge prikbeestjes). In ieder geval besloot ik toen dat ik ook best wat muesli over de pudding kon strooien. Met die rozijntjes erin had je dan toch ongeveer hetzelfde effect. Jammergenoeg mislukte de pudding (ik vermoed dat ik iets essentieels zoals gelatine heb proberen te vervangen) en de muesli on top maakte er een drama van.

2) Omdat het op de plaatjes in het kookboek veel eenvoudiger leek dan het in werkelijkheid was. Ik herinner mij de eerste keer dat ik deeg probeerde te maken. Mijn moeder waarschijnlijk ook. Ik wist toen nog niet dat er in elk deeg een stadium is waarbij je denkt: dit wordt nooit wat! maar dat je dan gewoon door moet gaan en dat het dan toch nog wat wordt. Ik bleef hangen in het dit wordt nooit wat!-stadium en raakte zo gefrustreerd dat ik het deeg aan de tegels van de keukenmuur smeerde om het maar van mijn handen af te krijgen.

3) Alles duurde zo lang. Ik wilde resultaat - en wel METEEN! Dat leidde soms tot 'slimme' oplossingen zoals wat extra gelatine in de taart. Die taart eindigde met de structuur van een gummibal. Als scheikundig experiment was het wel zeer geslaagd. Ook rijstijden inkorten of de oven wat harder zetten zodat mijn baksels eerder klaar zou zijn was niet bepaald succesvol, vreemd genoeg.

Ik ben er inmiddels achter dat GEDULD het allerbelangrijkste ingredient in de keuken is - na de Magimix natuurlijk. Sauzen worden lekkerder, deeg rijst beter, brood bakt bruiner met een beetje geduld. Gelukkig heb ik nu zoveel andere hobby's dat ik het bakken en koken er 'tussendoor' doe, waardoor ik niet meer gefocust ben op snelheid. Dat heeft de resultaten sterk verbeterd. Ik maak deeg en ga iets anders doen, vergeet het hele deeg. Na anderhalf uur ontdek ik dat er een flink gerezen deegbol op mij staat te wachten, verrassing! Pannenkoeken lukken het beste wanneer ik een boek lees tijdens het bakken. Doe ik dat niet, dan sta ik ongeduldig te wachten totdat ik de pannenkoek kan keren en worden ze te licht of niet gaar.

Koken en bakken heeft mij veel geleerd. Geduld. Geduld. GEDULD. Sommige dingen kun je vervangen, maar niet alles is inwisselbaar. Foto's in boeken en tijdschriften hebben niets met de realiteit te maken. Als het erop lijkt dat iets niks meer wordt moet je soms gewoon even doorgaan en dan gebeurt er iets magisch. Er gaat niets boven de geur en smaak van vers zelfgebakken brood.

Dit is een heel verhaal geworden. En ik begon hem omdat ik een geweldig idee wilde delen. Het idee van de zelfgemaakte bakmixen. Maar daarover dan in het volgende blog meer ...

P.S. Vergeet niet mee te doen aan de actie om Puur Plantaardig te winnen!
Wakker worden! Het is zaterdag!

Deze week geef ik het kookboek 'Puur plantaardig' weg. Het is mijn eigen exemplaar, maar hij is (als) nieuw. Het is een prachtig boek, en ook fijn vegetarisch, maar bij nader inzien staan er niet veel dingen in die ik ga koken. En ik geloof nog steeds in het principe dat ik dingen die ik niet gebruik zo snel mogelijk weer mijn huis laat verlaten, om zo ruimte te houden voor de spullen waar ik écht om geef en die ik écht gebruik.

Wat moet je doen? Laat een berichtje achter als je het kookboek wilt winnen. Geef me een tip voor een website of boek over (liefst gezond) koken en eten die ik ab-so-luut moet kennen, die eigenlijk iedereen volgens jou zou moeten kennen. Ik ben heel benieuwd!

Vrijdag 26 oktober om 23.59 sluit de wedstrijd, en zal ik de winnaar kiezen: degene die de voor mij meest waardevolle tip heeft gegeven.
Een hint: je kunt uit mijn oude blogposts over eten en gezondheid en de blogroll hiernaast wel opmaken welke boeken en/of sites ik al ken en waar mijn interesses liggen...
Sinds ik ontdekt heb hoe Pinterest werkt ben ik totaal verslingerd. Een nutteloos momentje wordt ogenblikkelijk omgetoverd tot een inspiratie-momentje. Wachten? Nooit meer saai dankzij Pinterest.
Voor degenen onder jullie die (nog) niet weten wat het is: Pinterest is een virtueel prikbord. Je hebt je eigen pagina met prikborden, die je kunt rangschikken en noemen hoe je zelf wilt. Je kunt dingen 'pinnen' (opprikken dus), je kunt ook bepaalde mensen volgen om te zien wat zij pinnen.
De lol van dit verhaal is dat het om plaatjes gaat, die uiteindelijk weer doorverwijzen naar de site waar het vandaan komt. Dit werkt fantastisch omdat je met een oogopslag ziet wat de bedoeling is, en of het iets voor jou is. Een beeld zegt meer dan duizend woorden.
Ik was voorzichtig begonnen met een prikbord voor 'Eten en koken', en het water loopt in mijn mond bij het zien van alle foto's en bijbehorende recepten die ik al gepind heb. Maar nu besloot ik te gaan zoeken op 'organize'. En dat kan ik jullie allemaal aanraden. De meest fantastische ideeën worden je zomaar in de schoot geworpen. 
Hoe je snoeren organiseert. 
Hoe je zelf ladeverdelers maakt. 
Hoe je je pasjes (die toch steeds weer in je portemonnee sluipen) eenvoudig bij de hand houdt. 
Hoe je haarelastiekjes, schuifspeldjes of batterijen slim opruimt.  
Hoe je de was van een hele familie slim verwerkt. 
Hoe je je bureau, je keuken of zelfs je hele leven organiseert.
Hoe je je voorraadkast zo handig mogelijk indeelt - mijn handen jeuken gewoonweg om te beginnen. Wat dacht je van - als je een weekmenu-planner bent  - in de voorraadkast zeven mandjes te plaatsen met daarin per maaltijd de houdbare ingrediënten?  Superslim, want zo voorkom je dat je dat ene blik kokosmelk in drie verschillende maaltijden gepland hebt en er dus twee tekort komt (ja, dat soort dingen doe ik dus altijd). Of dat iemand zomaar een blik of pot opentrekt die jij bedoeld had voor een maaltijd. Die (voorraadkast indelen) pin komt van deze pagina http://www.bhg.com/kitchen/storage/pantry/organize-your-pantry-by-zones/#page=4 (en vergeet niet de dia's links en rechts ook te bekijken en te lezen, zo handig!).
En dan zijn er nog de pins van sites met printbare lijsten: weekmenu's, dagplanners, schoonmaakplanners, noodgevallen-lijsten, overzichten voor alles wat je maar kunt verzinnen. 
Ik heb het idee dat Pinterest de virtuele versie is van de kantoorboekhandel. Daar kon ik als kind uren ronddwalen, genietend van pennen, potloden, papier en al die andere spullen die het leven zo aangenaam maken. En nu heb ik alles binnen handbereik. 
Voor degenen die niet van plan zijn zich in Pinterest te gaan verdiepen: geen probleem. Als ik echt fantastische dingen leer over organiseren, consuminderen of koken, zal ik ze uiteraard delen via dit blog!



Ik voel me heel erg stoer. Ik heb gisteren voor het eerst geweckt! En dat om een niet zo voor de hand liggende reden, namelijk dat ik zulke mooie weckpotten had gekocht.
Nu had ik die weckpotten natuurlijk aangeschaft omdat ik wel 'ooit' nog eens wilde wecken; het past zo erg in het consuminder-minimalisme-doe-het-zelf-gezond-straatje dat ik daar toch eigenlijk niet omheen kon. Maar nu ik ze had stonden ze mij aan te staren en vroegen om inhoud. Op korte termijn, niet 'ooit'.

Dus toen ik van vrienden een flinke lading stoofpeertjes kreeg vond ik dat ik die wel kon inmaken. Ik zocht online en in mijn inmaak-kookboek (dat had ik al jaren liggen, wachtend op dit moment) en begreep hoe het zo ongeveer werkte. Dat mijn ouders vroeger wel driehonderd literpotten jam weckten in een zomer zal ook wel bijgedragen hebben aan het positieve idee dat ik dit kunstje wel onder de knie zou krijgen. En mijn gevoel bedroog me niet: het is gelukt. Hoewel er nog een vage angst voor knappende weckflessen door mijn hoofd spookte.


Jawel. Twee potten peren. Ze staan nu knus in de kast onder de trap totdat ik besluit dat het tijd is voor stoofpeertjes. Als doomsday-prepper (of als er een strenge winter komt) zou ik schromelijk tekortschieten, dan kom je met twee potten peertjes niet heel ver. Maar vooralsnog ben ik tevreden.
Tja, de reacties op het weggevertje van vorige week waren niet bepaald overweldigend. Dat krijg je ervan als je niet dagelijks blogt, dan blijven de kijkers weg.
Dat betekent dat de enige deelnemer (mijn moeder dus) gewonnen heeft. Gefeliciteerd! Gelukkig houdt mijn moeder erg van winnen en gratis dingen en dus weet ik dat de prijs heel goed terecht gaat komen. :-)