Het huis waar ze is geboren kan ze zich niet herinneren, behalve dan dat haar moeder het haar altijd aanwees wanneer ze er met de bus langsreden. Het was een wit huis en het stond aan het kanaal. Niet 'een kanaal' maar 'het kanaal'. Volgens de overlevering waren haar ouders arm maar gelukkig en hadden ze sinaasappelkistjes als meubels. Precies de goede start voor een consuminderaar dus. 
Toen ze twee was verhuisden ze naar een flat op vier hoog. Daar was een slaapkamer én een speelkamer en een balkon en een galerij. Beneden tussen de flats was de kleuterschool, en als je door het raam naar buiten keek kon je in de verte het stadhuis en het carillon zien. Ze herinnert zich nog goed het grote patroon van het behang in de gang. En de keuken waar haar moeder brood bakte. Eigenlijk herinnert ze zich alles nog. Met een simpel liedje komen de beelden weer boven. Visite, visite op de radio of By the Rivers of Babylon en ze zit weer in de keuken met de moderne gewolkte formica uitklaptafel met bijpassende stoelen.
Toen ze zes was verhuisde ze weer, nu naar een oud boerderijtje. Met een flink stuk land eromheen. Inmiddels had ze ook broertjes - en bijna een zusje - dus dat huis (en vooral dat stuk land eromheen) was voor een stel kinderen natuurlijk heel wat beter dan een flat. Het huis was oud, en is totdat ze uit huis ging op haar achttiende aan verbouwing onderhevig geweest. Haar vader deed alles zelf - hij las een boek over timmeren en kon timmeren, las een boek over metselen en metselde nieuwe slaapkamers.
Het was er ook koud en tochtig (ooit bevroor de hele goudvissenkom, de goudvissen overleefden het vreemd genoeg), maar toch was het leuk. Inloopkasten waar je je kon verstoppen. Een opkamertje, een echte kelder waar soms het water in stond, met honderden potten jam. De deel, een stoffige zolder en een wrak schuurtje maakten het af. Het was leuk zolang het duurde. Ze mist niet het huis zelf, wel de vrijheid: het rennen in het gras, boompjeklimmen, landlopertje spelen, voetballen. Maar goed, die dingen zou ze nu waarschijnlijk tóch niet meer gedaan hebben, als ze er over nadenkt.
Daarna woonde ze vier jaar met echtgenoot in een rijtjeshuis in een stille stad in Friesland en toen verhuisden ze naar de huidige woning: ook weer een rijtjeshuis, nu in een gezellig havenstadje. Ze huren al twintig jaar. Nee, daar heeft ze geen enkel probleem mee. Ze weet hoe het gaat als er een eigen huis is en er dingen kapot gaan. En ze is nog iedere winterdag dankbaar voor centrale verwarming. Voor haar geen 'Bouwval gezocht' of 'Help mijn man is klusser', ze zit hier prima. 
Om in de stemming te blijven: The Carpenters (jaja, pun intended!) met Yesterday once more.

0 reacties: