Groot onderhoud. Als ik niet beter wist zou ik denken dat de Bouwvereniging het speciaal heeft uitgevonden om mijn uithoudingsvermogen te testen. Een uithoudingsvermogen dat beschamend klein blijkt te zijn voor iemand die bij wijze van ontspanning het SAS-handboek leest.

Na twee weken ernstige overlast (lees: werklieden die, beginnende om 07.15, de hele dag in en uit mijn huis wilden, hevig lawaai en bergen rommel maakten en ons zonder water en stroom opsloten in de woonkamer terwijl we al die tijd geen douche en toilet hadden, en en passant nog even de stroomdraad levensader naar mijn elektrisch fornuis doorzaagden) hoeft er nu alleen nog maar geschilderd worden. Buitenom. Ik, met mijn optimistische instelling, had bedacht dat dat een peuleschilletje zou zijn vergeleken met die twee weken. Want: buiten is niet binnen. En: buiten schilderen veroorzaakt geen WC-stress.
Nou, dat had ik dus verkeerd ingeschat. De schilders blijken van het dommige soort en praten alleen binnensmonds. Om de vijf minuten wordt er aangebeld omdat er een deur dan wel raam open moet, of juist weer dicht, en ik moet alles navragen omdat ze hun woorden niet echt kwijt willen. Een mannetje is vandaag al vier keer geweest om 'een beetje stroom' te vragen mompelen. Telkens voor twee minuten, daarna belt hij weer aan om zijn stekker weer terug te krijgen. 
Net nu de kit-walmen van tussen de verse tegeltjes zijn opgetrokken worden we vergiftigd met verfdampen. En met alle ramen open is het ook niet bijster warm. Waarom doen ze zulke dingen altijd in de winter? Ik heb twee keer eerder een renovatie/groot onderhoud meegemaakt en beide keren zaten we te klappertanden omdat het al half november was. (Ik schrijf dit terwijl een schilder half mijn woonkamer inhangt en in een Fries dialect tegen zijn kompaan buiten praat over appeltjes. Ik ben de onzichtbare vrouw.)
En uiteraard bellen ze telkens net aan als ik denk veilig even op mijn nieuwe maar akelige WC te zitten. Je zou van minder een spastische darm krijgen.
Nu zie ik de rest van de twee weken dat er geschilderd wordt met angst en beven tegemoet. Nog twee weken steigers voor de deur. Twee weken de slaapkamergordijnen dichthouden. De kachel uit. De adem in. 
Ik weet het: ik hoor blij te zijn, want ik heb een gemoderniseerde WC en douche gekregen en het buitenschilderwerk wordt gedaan. 
Maar na opgegroeid te zijn in een schattig boerderijtje dat gedurende achttien jaar verbouwd werd heb ik mijn portie kou, stof, herrie en chemische dampen gewoon wel gehad. Ik wil comfort. Ik wil orde, netheid, warmte. Ik verhuis nog liever dan dat ik in een renovatie/verbouwing/groot onderhoudsmomentje zit.
Wat mij in deze dagen op de been houdt is denken aan mensen in vluchtelingenkampen, want die moeten dag in dag uit in dit soort stress leven. En dan ook nog met duizenden mensen bij elkaar. Dat moet een nachtmerrie zijn. (Zo sprak ik mezelf ook altijd toe als we gingen kamperen; Je kunt dit, want de kindertjes in Afrika zijn er veel slechter aan toe. Wat dat nog met 'plezier' en 'vakantie' te maken had, weet ik eigenlijk ook niet.)
Enfin. Ook dit zal voorbijgaan. Het enige positieve wat het oplevert is een blogpost. Kennelijk is akeligheid de drijfveer die mij tot schrijven aanzet. Dus jullie mogen de Bouwvereniging wel dankbaar zijn.




Ach, wat lief. Firma Fluitenkruid (ik durf nog steeds niet geloven dat ze echt zo heet) heeft mij genomineerd voor een Liebster Award. Wat dat dan ook mag zijn. Ik vind doorgeefblogawards soms een beetje awkward, het heeft zo'n hoog kettingbriefgehalte. Maar omdat het Firma Fluitenkruid is (of niet dus, *grijns*) zal ik mij onderwerpen aan dit 'diepte-interview'.

1. Waar ben je zoal mee bezig?
Momenteel (vanaf vanochtend kwart over zeven) wordt ons huis gerenoveerd. En daar word ik een beetje nerveus van, al die mensen die je huis in en uit lopen, en troep, en geen water, geen WC en geen badkamer. Het goede nieuws is waarschijnlijk dat ik - omdat schoonmaken geen zin heeft en ik de helft van mijn huis niet kan gebruiken - tijd heb om te bloggen. 

2. Wie of wat is je grootste inspiratie?
Iedereen van wie ik iets leer. Dat zijn (of waren) leraren op school, schrijvers, bloggers, mijn moeder, de hond... 

3. Met wie zou je wel een dagje willen ruilen? 
Met mijn dochter die wijsbegeerte studeert. Ik ben niet naar de universiteit geweest en ik zou wel eens een dagje student willen zijn!

4. Wat zit er in je handtas? 
In mijn kleine handtasje zit: geld, pasjes en kortingkaarten, een Zwitsers zakmes, een brillenpoetsdoekje, een pen, mijn sleutelbos, mijn telefoon, een haarspeldje en pijnstillers. Dit is het handtasje voor boodschappen doen, op visite gaan, ouderavonden en naar de kapper.

Voor winkelen of een dagje weg heb ik een grotere handtas.
In die grotere handtas zit: Libresse, twee brillendoekjes, blaarpleisters, een EHBO-setje, een mini rolmaat, twee pennen, lipstick, arnicazalf, een tekentang, nog een tekentang (what the heck?!), mijn zonnebril, nog een brillendoekje, een klein hartvormig doosje waar ik rozijntjes en noten in doe voor trek onderweg, zakdoekjes, pijnstillers, theezakjes, nog een brillendoekje (ik begin ineens in de gaten te krijgen waar al mijn brillendoekjes gebleven zijn), een nagelvijl, een vlekkenstift, lipbalsem, concealer. Hee, nog een rolmaat (ik wist niet eens dat ik er twee had!). Een vouwparaplu (maar die zit er normaal nooit in). En mijn Dopper waterfles. Als we op vakantie gaan komt daar nog de Dwarsligger 'SAS handboek' bij.
Er zijn mensen die aan taslezen doen. Maar volgens mij heb je weinig fantasie nodig om te bedenken dat ik het type 'altijd voorbereid' ben - gezien alle medische hulpmiddelen en voorzorgsmaatregelen voor elke situatie zoals: onverwacht bij de IKEA terechtkomen (rolmaat), een teek tegenkomen in de stad (twee tekentangen) en onverwacht lange nagels krijgen (waarvoor ik dan een nagelvijl nodig heb).

(Als je geen handtas hebt: wat zit er op dit moment in je vriesvak?) Geen brillendoekjes, gelukkig. Ik heb het gecheckt.

5. Wat vind jij echt onwijs irritant?
Mensen die zeggen dat 'ze zich irriteren aan' dingen. Of 'zich beseffen dat' ... eigenlijk schendingen van de taal in het algemeen. Aan de andere kant realiseer ik me dat taal altijd in ontwikkeling is, en wil ik ook niet zo zijn als mijn oma die dertig jaar na de spellingswijziging nog 'menschen' schreef. Dus het blijft tegenwoordig bij stilletjes ergeren in plaats van keihard corrigeren. 

6. Waarvan geniet jij het meest?
Lezen in bed. Gezond, lekker eten. Thee van Simon Lévelt (Earl Green, bijvoorbeeld). Mijn chihuahua als ze heel blij is. Mijn ipad. Lijstjes maken. Een heel schoon en opgeruimd huis, en dat dan de zon naar binnen schijnt. Terwijl de ramen dan toevallig ook net gewassen zijn.

7. Is er iets wat je al heel lang wil doen maar er nog altijd niet van is gekomen?
Een boek schrijven. 

8. Wat is je irritantste gewoonte?
Ik denk dat mijn kinderen zouden zeggen: niet goed luisteren. Ik ben meestal heel druk bezig in mijn hoofd en dan gaan de dingen in de realiteit wel eens aan mij voorbij. 

9. En waar ben je juist trots op?
Dat ik op mijn 30e mijn rijbewijs nog heb gehaald. Dat ik twee jaar geleden 17 kilo ben afgevallen en een stabiel gewicht heb. Dat ik niet stilsta, maar mezelf altijd doelen stel en dan iets bereik. Dat zijn niet per se dingen die door anderen waargenomen worden, maar ik weet dat ik iedere dag vooruitga en steeds een beetje beter ben dan gisteren.

10. Wat zou je doen met een half miljoen? 
Een nieuwe garderobe aanschaffen. Een weekje lekker in een hotel. Misschien wel een huisje in Drenthe kopen.

11. Waar kijk je straks op je sterfbed met tevredenheid op terug? 
Ja, dat vraag ik me ook geregeld af. Tot nu toe kan ik niets verzinnen. Dus dat is nog work in progress...

Plus twee bonusvragen voor de dames van mijn leeftijd:

Wie wilde jij vroeger altijd zijn: Agnetha of Annifrid?
Ik heb ABBA pas een paar jaar geleden ontdekt, dus de echte hype is aan mij voorbijgegaan ook al ben ik wel van jouw leeftijd. Wie ik wel altijd graag wilde zijn was George, het stoere meisje uit De Vijf. Zo'n meisje met een zakmes (maar zonder nagelvijl).

Welke Charlie’s Angel wilde jij altijd zijn? 
Sorry, heb ik ook niet meegekregen, opgevoed zonder TV. 
Ik ‘ben’ Monica uit Friends (die ken ik want die serie kijk ik nu online.)


P.S. het blog van Firma Fluitekruid staat rechts van deze post in de lijst met favoriete blogs.

Nou dacht ik toch wel ongeveer op het hoogtepunt van de ondergoed-evolutie te zijn beland: Na een jeugd met tweedehandsjes, een tienertijd met uitverkoopjes, en daarna de mama-heeft-geen-geld-voor-zichzelf-periode gevolgd door 'drie slips voor een tientje' van de HEMA afgewisseld met af en toe een leuke BH in de uitverkoop bij de Hunkemöller, heb ik eindelijk het punt bereikt dat ik bij de lingeriezaak complete setjes koop. Het mag misschien geen naam hebben, maar ik vind het toch een vooruitgang. Het zit lekker, het staat mooi en ik ben het waard. Bij de Hunkemöller kennen ze me inmiddels en wrijven ze in hun handen als ik de winkel binnenloop. Kassa!
Dus ik voel mij een hele mevrouw, zeg maar.
Maar dat is niet terecht. Ik blijk nog niet op de helft te zijn, ondergoedsgewijs.
Terwijl ik een mogelijke nieuwe aankoop paste, zei de verkoopster iets aardigs over de BH die ik aanhad. Ik zei dat die al oud was, en misschien zelfs niet meer de goede maat was. "Hoe kan dat nou?" vroeg ze, "Je hebt zoveel nieuwe en mooie BH's gekocht, waarom draag je dan een oude?" (Ja, dat ze dat weet verraadt mijn status in die winkel.)
Dat kan ik uitleggen, en dat deed ik ook. In de tijd dat ik goedkoop ondergoed droeg, had ik een of twee setjes voor het mooie. Maar ja, die waren wat duurder geweest en wilde ik mooi houden, dus die droeg ik eigenlijk niet (zinloos, nietwaar?). Inmiddels heb ik voor alle dagen mooie setjes, en hoef ik niks meer te 'bewaren', met als gevolg dat ik nu alle mooie ondergoed ook echt draag. Dus ook de voorheen zuinig bewaarde luxe BH.
"Echt vrouwenlogica, " lachte de verkoopster toen ik dat uitlegde.
Toen vertelde ik dat ik kort geleden onverwacht naar de dokter moest, en maar wát blij was dat ik niet langer versleten HEMA-boxers draag. Ik weet ook wel dat het zo'n dokter of assistente helemaal niets kan schelen, en dat die alle soorten en maten ondergoed gewend zijn, maar voor mezelf is het wel een prettig gevoel dat ik iets draag waar geen draden aan hangen of gaten in zitten.
Daarop had de verkoopster ook een verhaal: onlangs was er een wat oudere vrouw in de winkel geweest die een pyjama uitzocht, en daar nogal precies over deed. Er waren er meerdere die haar pasten en goed stonden, maar ze deed ingewikkeld over de kleur. Toen de verkoopster had gevraagd wat precies het probleem was, had de vrouw haar toevertrouwd: "Ik ben geregeld ziek, en dan komt de dokter langs; dan wil ik wel graag dat mijn pyjama matcht met mijn dekbedhoes." O. Dat is natuurlijk ook een idee... In een flits trok de toekomst aan me voorbij en naar adem happend begreep ik ineens dat ik er nog láng niet ben met bij elkaar passend ondergoed. Pyjama, ochtendjas, dekbedhoes, slaapkamer. Help!




Onweer
Echtgenoot en ik verschillen hemelsbreed van elkaar. Dat weten we en dat is meestal geen probleem. Maar nooit werden die verschillen duidelijker dan toen het begon te onweren, op een duistere nacht tijdens de vakantie. 
Ik hou niet van onweer. Tot een paar jaar terug was ik zelfs doodsbang voor onweer. Bibberend van angst onder het altijd veel te warme dekbed bij onweer. Met het licht aan, de ogen stijf dichtgeknepen (nu ik het opschrijf besef ik dat dat heel erg onlogisch is) en de vingers in de oren. Met de ramen hermetisch gesloten en alle stekkers uit het stopcontact.
Echtgenoot daarentegen is dol op onweer. Hij wil foto's maken van bliksem. Slechts met de grootste moeite kan ik hem binnenhouden als de donder rolt. Ik lees hem wekelijks alle onweersdoden en -gewonden voor van over de hele wereld in de hoop dat hij dan in huis blijft. Het helpt nauwelijks.
Toen dus in de vakantie onweer werd voorspeld, zwáár onweer zelfs, leefde hij helemaal op. Van uur tot uur werd het weerbericht gevolgd, de wolken werden bestudeerd. Maar het noodweer scheen ons huisje in het dal voorbij te gaan en diep teleurgesteld ging hij slapen.
Om 2.45 werd ik wakker door nog onhoorbaar maar naderend onweer. Ik word helaas altijd wakker net voordat het begint te rommelen. Dus vanaf het eerste zachte geluid in de verte moet ik het meemaken. Ik zou er liever doorheen slapen, maar dat is mij niet gegund.
Ik zuchtte dus: 'Onweer' en meteen sprong echtgenoot uit bed - hij slaapt juist overal doorheen als ik niks zeg.
Het onweer kwam dichterbij en echtgenoot ging in de woonkamer blij in de weer met zijn camera. Het flitste flink dus hij kon van alles uitproberen met instellingen. Ik deed het lampje op het nachtkastje aan, probeerde kalm te blijven en bedacht dat als het onweer nog dichterbij zou komen ik ter afleiding maar wat zou gaan lezen in de dikke Agatha Christie-omnibus die ik bij me had. Slapen zou dan toch even niet lukken.
Toen stuiterde echtgenoot naar binnen, gooide gordijnen en raam van de slaapkamer open en deelde over zijn schouder mee: 'Het licht moet hier uit, anders kan ik geen foto's maken.'
Ik knipte het licht maar weer uit. Tuurlijk. Alles voor de fotografie. Ik kon het tenslotte altijd weer aandoen als het onweer te hevig werd. Ik kneep mijn ogen dicht en probeerde niet aan onweer te denken. Of aan die hoge zendmast met bliksemafleider die pal voor het slaapkamerraam stond. Dat lukte. Een beetje. Als ik heel hard aan Miss Marple dacht.
Maar toen vroeg echtgenoot: 'Waar heb je dat dikke boek? Er lag hier vandaag zo'n heel dik boek. Dat heb ik precies nodig om onder het fototoestel te leggen.' 

En toen voelde ik me best wel onbegrepen. En heel zielig. En toen vroeg ik me toch ook wel even af hoe het mogelijk is dat wij al bijna 21 jaar bij elkaar zijn.

Eten
Voordat ik op vakantie ging wist ik het zeker: deze keer zal ik me ook tijdens de vakantie aan mijn suikervrije en tarwevrije dieet houden. Omdat ik me na de vorige vakantie letterlijk een wrak voelde. En dat is toch ook jammer.
Ik kook dus een dozijn eieren voor onderweg, en neem eigengebakken tarwevrij (lifechanging) brood mee: op alles voorbereid.
Maar dan eten we een ei en zegt dochter J. dat ze vindt dat er een rare nasmaak aan zit. Prompt lijken de overige tien eieren een akelig mogelijk-verrot luchtje te hebben. Ik lust ze niet meer. Na drie dagen in afwachting op het aanrecht in het appartement belanden ze in de vuilnisbak.

En dan kom ik in de supermarkt. Rote grütze. Met vanillesaus! Dat moet ik toch beslist kopen, dat kan ik alleen maar in Duitsland eten! Heerlijk zurig, hard roggebrood. Dat roosteren en eten met roomboter. Zure zult! Niet te versmaden. Duizend soorten chocola, waarvan we tenminste toch een paar soorten willen proeven. Onbeperkt thee en wafels eten met zwarte bessen of kersen en slagroom. Stukje bij beetje geef ik toe. Tot die ene avond. Na één bijzonder chocolaatje (puur met sinaasappelmarsepein, paste prima bij de heerlijke sinaasappel-gemberthee) te veel is het genoeg. Nu echt. Ik koop alvast kefir in een potje. Vanaf morgen weer helemaal gezond. 

Dat goede voornemen redt het nog niet eens tot de volgende ochtend. Om zeven uur word ik wakker (ik pas mij langzaam aan het vakantieritme aan, ha!) en maak ik thee. En ik besluit de dag te beginnen met een Bounty puur, want dan hoef ik daar de rest van de dag geen interne discussies meer over te voeren. Ja, zo wordt het natuurlijk nooit wat, kefir of geen kefir.

Apfelstrudel met vanillesaus, die valt een beetje tegen. Nog een keer apfelstrudel bij wijze van vergelijkend warenonderzoek. Gepaneerde schnitzel. Alles is ook zo lekker in Duitsland. De kefir staat nog in het potje.
Ach, de vakantie is bijna over, troost ik mijzelf. Het is maar een week. En ik ken mijzelf, hierna ben ik weer een jaar helemaal gezond bezig. Niet zo moeilijk: in Nederland is gelukkig niks lekkers te koop.

Wakker

Dag 1. Het is zes uur en ik ben wakker. Echtgenoot is ook wakker. Gezellig! Ik ga koffie en thee zetten en we gaan tevreden samen wakker zijn, want het is vakantie!
Uren later komen de kinderen uit bed. Mopperend omdat wij zo vroeg wakker waren. En of we niet wat stiller konden zijn zodat zij tenminste kunnen uitslapen, anders is het geen vakantie.
Plotseling ben ik dertig jaar terug in de tijd. We logeren bij oma. Ik ben om zes uur wakker, maar van mijn moeder moeten we wachten tot half negen voordat we van bed mogen, zodat we oma niet wakker maken. Het zijn de langste uren van mijn leven (afgezien dan van de uren dat ik wakker lag voordat ik ooit kon slapen, 's avonds). Maar het leerde me kennelijk wel geduld en inlevingsvermogen en aanpassen en dat soort kwaliteiten. En regels zoals: Kinderen houden rekening met volwassenen.

Dag 2. Zes uur. Ik word wakker. Echtgenoot is ook wakker. Ik fluister: "Hoe laat is het? Mogen we er al af?"
De erfelijk bepaalde behoefte aan lang slapen heeft mij duidelijk overgeslagen.
Ik dacht dat het nu mijn tijd was. Dat anderen zich nu als vanzelf zouden aanpassen aan mij. Ik ben tenslotte volwassen, en zo. Bijna veertig zelfs. Ze zeggen al jaren "mevrouw" tegen mij bij de McDonalds.
Maar nee. Ik ben zelf te aangepast, en bovendien van het harmoniemodel. En mijn kinderen zijn best goed opgevoed, maar ook helemaal van deze tijd. Dus als ik de gordijnen dicht wil hebben tegen de hitte van de zon, doe ik moeilijk en raar. Dat mijn dochter ze per se open wil hebben is niet meer dan normaal, want in haar wereld is alles wat zij vindt vanzelfsprekend logisch. 

Dag 3. Zes uur. Ik word wakker. Ik denk aan hoeveel uur het nog duurt voor de kinderen wakker zijn. En aan de compromissen die we vandaag weer moeten sluiten; met een kind dat graag allerlei dingen wil organiseren en in alle omliggende steden en dorpjes wil winkelen, en een kind dat vakantie haat (en uitstapjes boven alles) en heeft besloten de hele week op haar slaapkamer door te brengen. Compromissen voor ouders die om zes uur wakker zijn en om tien uur graag naar bed willen (Wat? Om half tien!) terwijl de kinderen bij voorkeur leven van elf uur 's morgens tot twaalf uur 's avonds. En ik denk dat we voortaan maar gewoon gezellig met zijn tweetjes op vakantie gaan. Want werkelijk... dit lijkt veel te veel op hard werken!

Wildpark Willingen

Wildpark Willingen moet wel het dieptepunt van Sauerland zijn, als het niet het dieptepunt van heel West-Europa is. Het park adverteert: 'Sprookjesland, wilde dieren, het vrijetijdspark met verschillende attracties, de roofvogelshow en de dinosaurussen van het park beloven een leuke dag.' Grote billboards met een woest uitziende beer staan zestig kilometer verderop al klanten te lokken. En omdat dat fantastisch aangeprezen park ongeveer in de achtertuin van ons appartement lag, gingen wij daar natuurlijk naartoe. We legden 33 euro neer om naar binnen te mogen in deze sprookjeswereld. Het begin had nog wel wat. Een paar herten die hun oren spitsten bij het geluid van de doosjes met voer die wij hadden gekocht. Kijk mam! Hij eet uit mijn hand! Heb je al een foto gemaakt? Ja, van mij ook! Sta ik er wel goed op? Maak voor de zekerheid nog een. Ja, ook van mij! Het hert poseerde gewillig voor een paar karige hertekorrels, want we moesten ook voer bewaren voor al het andere wild. Na het hertenkampje kwam er een dinosauruskampje. Maar dinosaurussen zijn natuurlijk al uitgestorven en dus waren dat grote plastic speelgoedbeesten. Op zich een leuk idee, een dinosaurusbos, maar in Dierenpark Amersfoort vele malen leuker en professioneler uitgevoerd, met bijpassende geluiden en mooie scenes om te fotograferen. Enfin, toch maar even de obligate foto's van papa met de Tyrannosaurus Rex, dochter A. met Tyrannosaurus Rex en dan dochter J. met de Tyrannosaurus Rex. (Sta ik er ook goed op, mam? Neem voor de zekerheid anders nóg een foto!) De Tyrannosaurus Rex zag er uit alsof hij zijn handtasje miste. Daar zou ik ook boos om worden.

Vaag begon zich een omtrek af te tekenen van de wonderen van dit park. Die werd bevestigd toen we langs een waarschuwingsbordjesverzameling kwamen. Niet van de paden. Het wild houdt van rust. Niet voederen. De bordjes waren duidelijk uit andere bossen verzameld, want we stonden op een pad waar we absoluut niet af konden, tussen plastic dinosaurussen en met legaal aangekocht voer in onze handen.
Daarna kwam er een groot ernstig plakkaat met: Het Bos is geen Stortplaats. En twee stappen verder begon het 'sprookjesbos' en dat zag er zó uit (klik om te vergroten):




Hier moesten we wel zo verschrikkelijk hard om lachen dat het bijna de 33 euro waard was. OOO EMM GEEE! gepapiermacheede poppen, totaal uit proportie, met nare gezichten, vreemde houdingen en in foute scenes. Cowboys die zo te zien wél uit een fabriek kwamen in een toneeltje met zelfgekleide indianen die twee keer zo groot waren, te lange armen en te grote neuzen hadden en in de kleur Racistisch Rood waren geschilderd. En zo te zien waren de voorstellingen ook al in geen twintig jaar afgestoft of bijgeschilderd. Een derderangs acteur uit een onbekend sprookje stak ongepast opgewekt zijn half afgebroken duim op. (Dat vatte het allemaal wel goed samen, eigenlijk.) Na dit samenraapsel van wat het uitschot uit de sprookjeswereld moet zijn geweest besloten we alvast dat, hoewel dit te verschrikkelijk voor woorden was, het altijd goed was voor sterke verhalen later. En dat is ook wat waard. 

Nu op alles voorbereid vervolgden wij ons pad door het sprookjesbos. Her en der stonden met alg begroeide glijbaantjes, wipkippen in de vorm van Mario of Goofy (ik kon zo even niet bedenken uit welk sprookje die twee komen, ik moet de Dikke Grimm er nog maar even op naslaan) en roestige schommeltjes bedekt met spinnenwebben. Langs het pad stonden ook bouwseltjes, misschien zou je het huisjes kunnen noemen. Elk huisje bevatte een scene uit een sprookje. Door het raam had je naar binnen kunnen kijken als het af en toe eens gewassen was geweest, en als je op een knop drukte werd het verhaal verteld. Ook in het Nederlands, hoe cool is dat! Wij drukten toch ons hoofd tegen het glas, tuurden en zagen een plastic babypop vermomd als Roodkapje heftig nee schudden. Naast 'Roodkapje' stond iets wat voor wolf moest doorgaan even heftig ja te knikken. We drukten op de knop en ... hoorden het bekende deuntje van de Lekturama Sprookjes (van die rode cassettebandjes, weet je nog?) Wat?! Niet te geloven. Het toppunt van bezuiniging werd duidelijk toen bleek dat zelfs het 'ping'geluid om aan te geven dat je de bladzijde van het bijbehorende Lekturama sprookjesboek moest omslaan er niet eens uitgeknipt was. Hard lachend holden we van huisje naar huisje. De sprookjes werden afwisselend uitgebeeld door van hun flesje beroofde plastic speelgoedpoppen en wezens die eruitzagen alsof ze op een knutselmiddag voor zevenjarigen waren gemaakt. De prinses op de erwt zwaaide met haar arm terwijl ze sliep. Het laatste huisje was van de smurfen, en er groeide wiet op hun dak. 
Na deze leerzame wandeling kregen we weer wat dieren te zien. Een paar wasbeertjes die het voer uit je hand pakten (jahaaa, ik heb het op de foto) en een mottige beer die wel érg dankbaar was voor die pinda die hem toegeworpen werd. Hij leek in het geheel niet op het woeste model van de billboards. Daarna nog een paar aapjes die het voer uit je hand pakten (ik haat apen) en een papegaaienhok waar we wegens het luide gekrijs niet in durfden. Voeg daarbij: De Volière zonder Vogels, het Snackhuisje zonder Snacks (het was gesloten), de speeltuin met aftandse en onbetrouwbaar uitziende elektrische toestellen, en dan is je beeld wel ongeveer compleet. 
 Onze laatste hoop op eerlijk amusement was de vogelshow. Een kwartier lang stonden wij gespannen te wachten en toen begon eindelijk de show. Met de mededeling dat alle (mensen met) honden weg moesten. Grim(m)lachend verlieten wij het terrein, onszelf troostend met de gedachte dat de vogelshow waarschijnlijk iets was met gekatapulteerde vogels van papier maché. Heel lelijke vogels, met maar één oog en een halve vleugel of zo. Ons restte nog slechts Het Winkeltje - het hoogtepunt van ieder uitstapje, ten slotte. Ach, ik hoef het waarschijnlijk niet eens meer te vertellen, maar ook dat was niks. We verlieten het park bijna opgelucht. Weg van die horrorpoppenverzameling. Het enige sprookjesachtige aan dit park waren de wervende teksten in de toeristenfolders, want die bleken niets met de werkelijkheid te maken te hebben.

Na het geklaag over de lange, koude winter wil ik beslist ook even een post wijden aan de hete zomer.
Met dagen dat het zo warm is dat zelfs lekker buiten zitten in de schaduw er niet meer bij is. Want daar word je gekookt en het stralende wit van de margrieten in de zon doet pijn aan je ogen. Binnen zitten we, met alle ramen en gordijnen dicht opdat de warmte maar buiten blijft. En wat doe je op zo'n dag? Je wilt niet teveel bewegen want daarvan ga je maar onesthetisch zweten. Stil blijven zitten, dat is het beste.
Man en dochter gamen. En ik ruim digitale bestanden op, een klusje dat normaal gesproken blijft liggen want het is onzichtbare rommel en het opruimen ervan neemt zoveel tijd. Of ik pruts aan mijn kookboek. Maar al met al, zo met zijn allen in de donkere kamer, lijkt het wel winter.

Een beetje ironisch is het wel dat een dezer (hete) dagen dan de jaarafrekening van gas en licht op de mat valt. Dan mogen we met zweterige handjes een flink bedrag gaan bijbetalen omdat de winter negen maande duurde. Daarom wens ik toch dat deze zomer dan ook maar lang mag duren, tot december of zo. Dan krijgen we volgend jaar allemaal veel geld terug.

Donderdag, tijd voor de uitslag van het weggevertje! Ik moet vaststellen dat het lezersaantal de afgelopen maanden drastisch is teruggelopen (*lacht als boer met kiespijn*). Dat zou iets te maken kunnen hebben met minder blogs van mijn kant.

Maar ik heb een paar heel leuke tips gekregen, en we hebben een winnaar. *UPDATE* De winnaar heeft tien dagen later nog niet gereageerd. Ik heb besloten de Dwarsligger aan iemand anders te geven.*

Behalve dat ik tegenwoordig de energie heb om uren in de tuin te werken, kan ik ook tien pushups doen. Jawel. Ik, degene die nooit gekozen werd bij gym (als laatste word je niet gekozen, je blijft gewoon over) kan pushups doen. En squats. En nog een aantal van dat soort oefeningen dat jarenlang ver buiten mijn bereik leek. En hoe ik zover gekomen ben wil ik best even met jullie delen.
Het geheim heet Blogilates. En dat (en dat rijmt!) is gratis.


Blogilates is de site van Cassey Ho, een hyperopgewekte pilateslerares die je pilatesoefeningen en  HIIT (High Intensity Interval Training) voorschotelt in youtubevideo's. De filmpjes variëren in tijdsduur van vijf minuten tot een half uur, dus je kunt je workout zo lang of kort maken als je wilt door gewoon meer of minder filmpjes te doen.

Cassey is heel grappig en kletst je door de oefeningen heen. Maar vergis je niet, ze is Aziatisch en als een tijgermama haalt ze de zweep erover! Waag het niet om op te geven! Soms ontwerpt ze energieke dansworkouts (de 'Great Gatsby' workout, of de 'Mother Father Gentlemen'-challenge).
Maar wat het echt geniaal maakt is dat je (als je je inschrijft voor haar nieuwsbrief) elke maand een kalender kunt downloaden, waar per dag al een aantal filmpjes voor je uitgezocht zijn. En dan fijn verdeeld: de ene dag de buikzone, de andere dag je armen, de volgende keer cardio of de benen. Dus als je verpletterende spierpijn in je gluteus maximus hebt van dag 1, kun je de volgende dag bést een workout doen die gericht is op je armen. No excuses! En elke maand is er een ander thema, andere volgorde, en zijn er nieuwe workouts, dus het wordt nooit saai.
Het enige wat je nodig hebt is een yogamatje en soms iets van gewichtjes, maar flesjes gevuld met water of zand zijn dan ook oké.

Doe je alle filmpjes voor die dag, dan ben je een uur bezig. Zover heb ik het nog niet geschopt, ik ben al blij als ik een kwartier of twintig minuten volhoud. Meer vind ik ook niet echt nodig. Maar gegeven het feit dat ik de allereerste keer na een minuut uitgeput moest afhaken, ben ik best ver gekomen.
En na een maand 'aangepaste' pushups doen, had ik plotseling zoveel kracht in mijn armen dat ik nu echte pushups kan doen. En dat lijkt zo simpel dat mijn tienerdochters zeiden: dat kan ik ook! Maar raad eens? Ze konden het niet. Mama rocks!




Mijn tuin is af. Maar je weet hoe dat gaat in een tuin. Er groeit van alles. Met name onkruid wil het nog wel eens goed doen. Een regenbuitje en je kunt weer op de knietjes om te wieden.
En dat is het nadeel van tuinieren - tenzij je het type bent dat zich helemaal ZEN mediteert tijdens het wieden. Persoonlijk vind ik het wel een rustgevend karweitje.
Onkruid wieden is niet alleen meditatief, maar kan je ook geld besparen. Dit nadat je (net als ik) een investering heb gedaan (het zal ook eens niet! Maar de kost gaat voor de baat uit ...) in 'Het Grote Wildplukboek' van Edwin Flores. 
Ik wist het al wel: veel van de onkruidjes die tussen de tegels groeien of de planten in de tuin naar de kroon steken kun je eten. Jawel! Zevenblad - de pest van de tuiniers, kun je eten als spinazie. Duizendblad? Sla! Brandnetels? Soep! Klaver, hondsdraf, korenbloemen, madeliefjes - je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het in je maaltijd verwerken. Dit interesseert mij al langer, ik schreef al eerder over eetbaar onkruid, HIER en HIER. Daarom ben ik ook zo blij met dit boek.
'Het Grote Wildplukboek' is ontzettend overzichtelijk ingedeeld. Voorin staan algemene wildpluktips, inclusief de gevaren die je kunt lopen als je ergens gaat wildplukken. Dan volgt per pagina één plant, noot, bes, wier of paddestoel met een duidelijke foto, omschrijving en bijzonderheden waar je op moet letten, bijvoorbeeld dat een plant alleen gekookt eetbaar is. Daarna komt een gedeelte met recepten van Jonnie Boer, gemaakt met 'onkruid' en wildpluk. 

Wat wil een zuinig mens nog meer? O, een site, of een app? Nou ja, die zijn er nu natuurlijk ook al. De wildplukwijzer is een site waar je kunt vinden (en toevoegen) wat er in jouw buurt te plukken is, en van dezelfde makers is er ook een app voor iPhone en Android.
(Voor de zuinige mens: vergeet ook niet mee te doen aan de weggeefactie voor de spannende DWARSLIGGER in mijn vorige blogpost!)


Kennen jullie de Dwarsligger al? Het is een bijzonder handige uitvoering van een boek. De tekst staat dwars op de normale bladerrichting. Dat lijkt vreemd maar heeft voordelen: je kunt je boek eenvoudig op zijn kant liggend lezen als je op je zij ligt (wat ik bijvoorbeeld doe als ik in bed lig), en omdat het boek erg klein en licht is kun je het in één hand vasthouden. Handig als je net als ik ook leest tijdens het koken, dan kun je met je andere hand nog roeren :-)
Nu ben ik al een tijdje Dwarsliggerambassadeur. Dat is omdat ik erg enthousiast ben over de Dwarsligger. Want een boek dat je zo makkelijk meeneemt is ideaal voor de veellezer. Vorige week had ik zelfs een Dwarsligger mee in mijn handtasje toen ik naar de tandarts moest! Ik lees liever een boek als ik moet wachten dan een tijdschrift uit 2009. Onderweg is de Dwarsligger ook een uitkomst, hij is klein en weegt nauwelijks iets, en toch heb je een echt en compleet (!) boek in handen. Ook belangrijk: de Dwarsligger blijft goed openliggen.
Tja, leuk zo'n reclamepraatje, maar wat heb jij daaraan? Geduld, het beste gedeelte komt nu. Ik ga binnenkort een Dwarsligger van Nicci French weggeven, namelijk het nieuwste boek met Frieda Klein in de hoofdrol: 'Wachten op Woensdag'!
Wat moet je doen om mee te dingen naar deze Dwarsligger? 
Laat een bericht achter met een tip voor mij. Het mag van alles zijn: een app, een boek, een idee, een website ... Iets waarvan je denkt dat ik of anderen het zouden moeten weten, of iets waarmee ik iets zou kunnen doen. Het liefst iets wat te maken heeft met mijn favoriete onderwerpen natuurlijk... Eten/koken zonder suiker of tarwe, tuinieren, lezen, geld. Maar ik laat me graag verrassen dus iets heel anders mag ook!
De actie loopt tot en met woensdag 10 juli, 23.59u. De dag daarna kies ik een gelukkige winnaar.
Veel succes!

Het is waar: het is TE lang geleden dat ik hier iets schreef. Maar nu is de tuin klaar - voorzover een tuin dat natuurlijk ooit is - en ik heb foto's als bewijs dat ik maandenlang heel hard gewerkt heb. En dus show ik nu vol trots Onze Tuin.

Stel je voor: een stenen woestijn. Grauwe stoeptegels van links naar rechts, van de achterdeur tot het hekje. De schrale zeewind waait er onaangenaam rond, zodat het er niet prettig zitten is. Geen plantje of beestje is er te bekennen.

En dan dit:









In deze achtertuin is het plotseling een plezier om buiten te zitten. We hebben zelfs (ik schrok er ook van, het overkwam ons gewoon!) gebarbecued; barbecuen deden we tot op heden alleen als het door anderen was georganiseerd in een tuin die wél mooi was.

De voortuin was op zich wel redelijk tuinachtig (Grond: check. Plantjes: aanwezig. Onkruid: in overvloed.) maar kon ook wel een kleine make-over gebruiken. Voorlopig vind ik het zeer geslaagd. De planten moeten natuurlijk nog groeien, en een tuin evolueert altijd, maar het plan is: een beperkt kleurenschema (alles tussen roze en blauw, plus wit) en een opstelling van hoge planten achter, middelhoge planten in het midden en lage planten voor. (Zó origineel! Grapje.)
In elk geval durf ik nu weer naar buiten te kijken. En hoef ik me niet meer te schamen wanneer er iemand aan de deur komt.




Het mooiste vind ik de vijf verschillende kamperfoelies die ik heb geplant. Drie bloeien er al, de vierde en vijfde moeten nog beginnen met groeien. Die zullen hopelijk volgend jaar wel in bloei raken.
En ik kan niet ophouden met het maken van foto's. Als de winter volgend jaar wéer zo lang duurt, of de zomer opnieuw zo koud is, dan is het fijn om een bewijs te hebben dat alles toch ooit een keer weer groen wordt.

*Noot voor als ik (of jij) dit over een paar jaar teruglees: Op 30 maart lag er nog sneeuw. En in deze zomer van 2013 was het de hele week van 30 juni nog zo kil dat de kachel aan moest en we buiten nog onze winterjassen nog droegen.


Dit is een tip voor de tuiniers onder ons. Of eigenlijk voor de beginnende tuiniers, de wannabe stadsboertjes, de terug-naar-de-natuur-maar-hoe-doe-ik-dat-buitenwijkbewoners. Degenen zonder groene vingers, maar met een klein groen kiemplantje in het hart.
Kijk eens op Mijntuin.org. Het is een soort facebook, maar dan voor tuiniers. Je kunt uit de database de planten die jij in je tuin hebt toevoegen, waarna je een keurig overzicht krijgt van wat je moet doen aan die planten (en wanneer), wanneer ze bloeien, welke meststoffen je kunt toevoegen en dergelijke. Deze tuintaken krijg je dan wekelijks in je e-mail! Je kunt ze ook in kalendervorm afdrukken.
En heb je zelfs geen idee wat voor plant je nu eigenlijk in je tuin hebt, dan kun je een foto plaatsen en de echte tuinkenners helpen je dan uit de brand.
Je krijgt als je je aanmeldt eerst een maand gratis het volledige programma zodat je het kunt uittesten, maar na een paar dagen was ik al verkocht. Voor een luttele twee euro per maand kun je dan lid worden, maar je kunt ook gewoon een gratis account nemen (dat is iets beperkter).
Eindelijk zie ik een kans op een echte tuin. Een tuin waarbij ik niet met de handen in mijn haar sta, maar in de grond. Een tuin met plantjes die niet na een jaar per ongeluk voor onkruid worden aangezien en dan harteloos uitgerukt worden. Beter voor de portemonnee, ook! Dat is mij wel twee euro per maand waard. Nieuwe planten kopen is duurder....
Zo weinig blogs schrijf ik tegenwoordig. Maar werken doe ik des te harder. In de tuin. Nu het weer zich er eindelijk toe leent hebben we heel wat in te halen, voordat het onkruid de regie overneemt.

Onze voor-en achtertuin krijgen een complete make-over. Want tot nu toe was het niet veel soeps, en daarin moest verandering komen. Ik had dus alles uitgezocht en geregeld en gepland (zie een paar blogs eerder) en toen de vrieskou verdween wilde ik met een druk op de knop alles bestellen wat we nodig hadden.
Maar dat dachten duizenden andere Nederlanders ook. Want plotseling vertoonde de website van Directplant.nl de zin: 'Wegens enorm succes alleen bestellingen boven de 200 euro.'

Tja, ik was niet van plan om zoveel uit te geven. Dat betekent dat ik alle planten die ik wil hebben nu zelf moet gaan zoeken in tuincentra. Dat kost tijd! Of dat ik genoegen moet nemen met iets anders waardoor het effect misschien niet hetzelfde is. Maar dan heb ik voor niks alles zitten uitzoeken en plannen. Dus hoe dan ook wordt het niet 'perfect.' Maar dan denk ik weer aan de zin: Don't let 'perfect' be the enemy of 'good'. Dus we gaan voor 'goed genoeg'. Een klein appelboompje van Lidl voor 6 euro in plaats van een wat grotere van Directplant.nl. Een andere variatie van de lupine dan die we zochten.
En een heleboel saxifraga die niet op mijn lijstje stond, maar wel heel goedkoop was.

Dat betekent ook dat in plaats van leuke borderranden te kopen, of mooie stenen, we alles hergebruiken wat we al in de tuin hadden. En dus hebben we nu randjes van op hun kant staande stoeptegels. Zóóó 1975, maar wel praktisch. Want van die tegels hadden we er anders enorm veel over en die zouden we dan weer moeten zien kwijt te raken - en storten kan alleen tegen betaling!

Zo piekeren we en ploeteren we nog even verder. Als het af is plaats ik foto's, maar tot die tijd heb ik niet veel tijd om te bloggen. Ik tuinier. En dat dat is werken, hard werken.

Ik ben bekeerd. Sinds een paar weken - na het lezen van een stuk of duizend enthousiaste reviews op amazon.com over het boek Wheat Belly - eet ik geen tarwe en geen suiker meer. Gewoon omdat ik het wilde uitproberen.
Met suiker 'gestopt' was ik al eerder eens (okee, ongeveer tweehonderd keer, maar als je het niet blijft proberen lukt het sowieso nooit), maar dat hield ik niet langer vol dan drie weken. En dat kostte enorm veel moeite. Nu ik ook geen tarwe meer eet is het ineens een makkie. En dat is geen wonder. Als ik mag geloven wat de auteur van Wheat Belly zegt, is tarwe minstens zo verslavend en schadelijk als suiker. En dan hield ik door het eten van tarwe de suikerverslaving in stand, waardoor het moeilijk was om die dingen te laten staan.

En zo kwam ik, op zoek naar recepten, terug bij een site die me een paar jaar terug ook al aantrok: Mark's daily Apple. De site is van Mark Sisson, hij schreef het boek 'Primal Blueprint', over een soort paleo-leefwijze. Het is niet helemaal hetzelfde als het Paleodieet, (zo 'mag' je als je primal eet best wel eens honing of zuivel eten als je daar goed op reageert) maar grofweg komt het wel op hetzelfde neer: geen suiker, geen granen, geen peulvruchten. Wel vet, groenten en fruit, noten en zaden, vlees en vis.

Ik wilde eerst eens zien hoe het gaat zonder suiker en tarwe voordat ik zomaar álle granen schrap, en dat is in één woord geweldig (na de aanvankelijke griepverschijnselen, dan). Mijn chronische rugpijn is vertrokken, ik ben fitter, slaap lekkerder en heb totaal geen last meer van suikerdips of -pieken. Mijn spieren zijn minder gespannen, iets wat ik heel fijn vind want die waren altijd extreem gespannen. Het was een van de redenen waarom ik dit wilde proberen: ik las dat tarwe bij veel mensen voor reumatische pijnen zorgt en voor ontstekingsreacties.

Leven zonder tarwe is simpel, vind ik. Mijn ontbijt bestaat (nog) uit pap: havermout of boekweit of gierst. Als lunch neem ik groenten met eiwit en vet. Liefst warm, dus in de vorm van soep of gestoomde/gegrilde groenten. En dan een stukje vis erbij. Of een omelet. Of zelfgemaakt gehaktbrood. Of salade met feta. En 's avonds meer van dat. Tussendoor een handje noten of een halve avocado, en verder pruts ik wat met 'paleo'-lekkernijen zoals notenrepen en zadencrackers of een gekookt ei.

Mijn plan is om dit een maand te doen (die maand is dus bijna om), en dan eens te kijken of ik nog iets meer 'primal' kan leven. Misschien de peulvruchten schrappen, want daar waren mijn ingewanden toch al nooit zo gelukkig mee. Niet te hard van stapel, maar wel langzaam de nog gezondere kant op.

Wil je ook geïnspireerd raken, lees dan vooral de Succesverhalen op Mark's daily apple.com. Ongelooflijk wat een suikervrij en tarwevrij leven voor je gezondheid kan doen!



Gisteren reisde ik met de trein. Hoewel ik mijn telefoon (redding in tijden van verveling) bij me zou hebben, besloot ik een boek in de tas te gooien. Een boek van mijn favoriete schrijfster, gekocht in de kringloopwinkel voor vijftig cent. En ondanks het feit dat Arriva sinds kort gratis WIFI levert in de trein, besloot ik mijn telefoon in de tas te laten en in mijn boek te beginnen. Hoe vaak heb je tegenwoordig nog een uur de tijd om rustig te lezen, tenslotte?

Had ik het maar niet gedaan. Het verhaal begon vreemd, en werd steeds vreemder. De personages en gesprekken leken hoe langer hoe bizarder te worden, situaties ontspoorden en halverwege dacht ik: wat een afschuwelijk boek. Dit kan gewoon niet van mijn favoriete schrijfster zijn.

Ik overwoog om het boek ergens te laten liggen, maar ik ken mezelf en wist dat ik me dan de rest van mijn leven zou afvragen hoe het verhaal verder was gegaan. Doorlezen of stoppen met lezen - het zou  alle twee even hoog scoren qua verschrikkelijkheid.

En dus moest ik op de terugreis verder in het vreselijke boek. En goddank was er een clou, en dat is de reden dat ik blij ben dat ik niet heb opgegeven. Maar daarna heb ik het boek in de trein achtergelaten, want ik wil het nooit weer lezen. Vandaag ontdekte ik dat dit het eerste boek van de schrijfster was. De horror die ze tegenwoordig schrijft is een stuk subtieler.

Dus als je ergens het boek "Buitenstaanders" van Renate Dorrestein vindt: je bent gewaarschuwd.

Onze tuin was het afgelopen jaar een beetje een drama. Want: geen tijd om er iets aan te doen. En ook geen idee. Geen idee hebben is ongeveer het ergste probleem wat er is, want als je niet weet wat je wilt heb je ook geen plan, geen resultaat waar je naartoe werkt, en dan doe je meestal maar niks. En dat is precies wat er gebeurde.

In de herfst was er even sprake van het laten ontwerpen en restylen van de tuin door een bevriende hovenier, maar dat liep op niks uit.
Echtgenoot zei daarna optimistisch: "Als jij nou even een ontwerp maakt, dan voer ik het wel uit."
Let op dat 'even'. (En op 'dan voer ik het wel uit'. De ervaring heeft mij geleerd dat je zulke dingen met een korreltje zout moet nemen.) Maar een maandje terug, toen het plotseling zonnig werd, vond ik dat ik toch een poging moest wagen en zette ik mij aan Het Ontwerpen van De Tuin.

Nu hebben wij maar een kleine voortuin, en ook een kleine achtertuin, dus hoe moeilijk kan het zijn?
Best moeilijk, als je totaal geen groene vingers hebt, en geen benul. Tel daarbij op de zware kleigrond hier, de planten en struiken die er al zijn en die ook een plekje moeten hebben, een stuk grond in volle zon, een stuk grond in halfschaduw en een achtertuin in volledige schaduw en je begint misschien te begrijpen waar ik mee worstel. Help!

Gelukkig is er het wereldwijde web. Met welk probleem dan ook wend ik mij tot Google en vaak vind ik er een oplossing. In dit geval vond ik op de site van de Tuinen van Appeltern een hele rits voorbeeldborders. Voor zon, halfschaduw en schaduw. Ineens zag ik zelfs het inrichten van de sombere donkere natte achtertuin een stuk zonniger in. Ik nam gewoon de bloemen en planten over van de voorbeeldborders, en klaar was ik. Groenten en kruiden weet ik nu wel een beetje, dat komt goed. Als extraatje moest er een boompje komen in de voortuin. Een lief klein boompje, dat hopelijk de vogeltjes een gezellig plekje gaat bieden.

Enfin, ik maakte een schets, een lijst met planten, en zelfs alvast een kalender voor het onderhoud van de planten die vanaf komend jaar in onze tuin staan. Overal aan gedacht, nog voordat er ook maar een cent uitgegeven is. Vol trots liet ik 's middags mijn ontwerp, de lijst en de tuinkalender aan Echtgenoot zien. Die zag het helemaal zitten. En hij wilde meteen bollen gaan planten want hij had van een klant een grote doos bloembollen gekregen. Na mijn uitleg dat het nu niet de tijd voor bollen is (en dat het nutteloos is eerst bollen te planten in een tuin die daarna op de schop gaat) wilde hij iets anders doen. Om etenstijd, dat wel natuurlijk. Maar ik moest eigenlijk wel steeds zeggen of het goed ging of niet.
Jamaar, ik moet koken! Weet je wat, zei ik, graaf maar alvast een gat voor het boompje. Je meet eerst het midden van de tuin af en dan ga je graven. 
Afmeten? zei Echtgenoot. Weet je wat, ik doe het morgen wel. Hmpf.

Eerlijk is eerlijk, de volgende dag groef hij een gat. In de zware klei. Daarom werd het niet zo'n groot gat. Volgens de handleiding voor het planten van boompjes moet een gat aan alle zijden zo'n 25 cm groter zijn dan de wortelkluit. Nou, ik kan je vertellen dat dit dan een erg klein boompje moet worden. Maar dat geeft niets. We hadden een gat! We zeiden 'A je to, buurman' tegen elkaar* en keken tevreden naar het gat in de tuin. Dit jaar gaat de tuin eindelijk MOOI worden.

En toen begon het weer te vriezen. En konden we al onze plannen in de ijskast zetten.
En dus staat de pagina met de bestelling bij Directplant.nl al drie weken open op mijn laptop. Want ik durf niet op 'bestellen' te klikken zolang de zon niet schijnt...





*Wat? Ken je de filmpjes van Buurman & Buurman niet? Ga snel dit gat in je opvoeding opvullen! Begin hier maar: http://www.youtube.com/watch?v=3DrZ8EEE_oU




Ik weet het. Ik had mijzelf ooit beloofd geen nieuwe hobby's meer te beginnen. Ukelelespelen zou mijn laatste hobby zijn. Want voor alle andere bezigheden moet je weer dingen aanschaffen, en die aangeschafte dingen moeten dan weer een plaatsje vinden, en na een tijdje liggen die stapels aangeschafte dingen dan weer nutteloos dat plaatsje in te nemen. Kortom, ik zou een verstandig mens worden, en het houden bij de hobby's die ik al heb. Had. Heb gehad.
Maar de tijd is kennelijk nog niet rijp om verstandig te worden. Want toen mijn oog (na een lange hobbyloze periode, dat wel) viel op een prachtig boek over papierknipkunst moest dat boek toch meteen mee naar huis. Want ik vind de plaatjes in de Flow, en de voorkant van de boeken van Yvette van Boven (Homemade Zomer en Winter) echt zo ongelooflijk mooi. Papier neemt ook niet veel ruimte in. Beter gezegd: ik heb al heel veel papier, dus dan zou ik het tenminste nog eens nuttig gebruiken. En je hebt er verder zo weinig voor nodig. Een snijmat had ik al. En mesjes zijn voor een luttel bedragje te koop bij de Action. En zo gebeurde het. Na mijn eerste werkje, met een sjabloon uit het boek, was ik verslingerd aan papierknipkunst. En na drie werkjes uit het boek vond ik dat ik zelf wel iets leuks kon ontwerpen. Want een van mijn (andere) hobby's is photoshoppen, en dat is natuurlijk ideaal om knipsels te creëren. Pinterest is een oceaan van inspiratie.
Het prettige is dat het bijna meditatief werkt, dat voorzichtige uitsnijden. Het is rustgevend. En het is vooral weer eens iets anders dan de avond doorbrengen voor de TV.
Mijn laatste ontwerp van eigen hand.




Er zijn in de supermarkt ongelooflijk veel nutteloze dingen te koop. Met stip op één, nog niet gesignaleerd in Nederland maar zo bizar dat ik het wel moet vermelden: de alvast gepelde banaan, op een schaaltje in plastic. Wie haalt het in zijn hoofd om de zo eenvoudig te pellen banaan uitgepakt in een verpakking van plastic te stoppen en dat dan als gemaksvoedsel aan te prijzen?!

Over nodeloze en nutteloze zaken zoals bakmixen in een pakje had ik het al in een eerder blog. Kortgeleden ontdekte ik een nieuwe poging tot onzinnigheid in de schappen van de plaatselijke super: Cheesecake verse basis. Omdat een cheesecake (kwarktaart/roomkaastaart) bij mijn weten vooral bestaat uit kwark of roomkaas was ik wel reuze benieuwd waarom dit bakje cheesecakevulling €5,45 (!) moet kosten.

Van de website:
Verse Basis voor Cheesecake is een innovatief product waarmee de consument in een handomdraai zijn eigen cheesecake maakt. U maakt zelf een taartbodem (met koek en boter), en doet deze bodem in de springvorm of muffinvorm. Daarna vult u de vorm met de Verse Basis en zet het product 50 minuten in de oven. Goed laten afkoelen en garneren met een vruchtensaus of vruchtenjam. Lekker voor bij de koffie, high-tea of als dessert!
(...)
Geen rommel op het aanrecht, alleen even de taartbodem maken en de bakvorm afvullen.
(...)
Door de uitgebalanceerde hoeveelheid ei en crème fraîche ontstaat een gladde en luchtige massa, die ook nog eens lekker fris wordt gemaakt door een vleugje citroen.

Aha, een innovatief product.
U maakt eerst zelf de bodem. Hm, ontzettend vernieuwend vind ik dat nog niet.
En dan (ah, maar dat is het nieuwe gedeelte) belegt u dat met een mengsel van roomkaas, ei en citroen uit een bakje voor een bedrag van 5,45.
Want een paar biologische eieren á 27 eurocent, een bakje roomkaas en/of kwark voor pak 'm beet hooguit een euro en een beetje citroenrasp en suiker doorelkaar roeren is natuurlijk een enorm ingewikkeld en ook rommelig gebeuren. Daar wil geen mens zijn handen aan vuilmaken, laat staan de keuken.
Toegegeven, €5,45 vragen voor een bakje gesuikerde kwark ís innovatief. Maar ook wel een tikje cheesy.
Mensen, laat je niet bedotten. Verse cheesecake-basis maak je natuurlijk zelf.


Cheesecakebasis
400 gr volle kwark
2 eieren
45 gram (oer)suiker/rijststroop (of naar smaak)
2 eetlepels zure room
Scheutje citroensap
Klop de ingrediënten tot een gladde massa. Giet op de bodem die je toch al zelf moest maken en bak 25-30 minuten op 180 graden. Laat geheel afkoelen.