Onweer
Echtgenoot en ik verschillen hemelsbreed van elkaar. Dat weten we en dat is meestal geen probleem. Maar nooit werden die verschillen duidelijker dan toen het begon te onweren, op een duistere nacht tijdens de vakantie. 
Ik hou niet van onweer. Tot een paar jaar terug was ik zelfs doodsbang voor onweer. Bibberend van angst onder het altijd veel te warme dekbed bij onweer. Met het licht aan, de ogen stijf dichtgeknepen (nu ik het opschrijf besef ik dat dat heel erg onlogisch is) en de vingers in de oren. Met de ramen hermetisch gesloten en alle stekkers uit het stopcontact.
Echtgenoot daarentegen is dol op onweer. Hij wil foto's maken van bliksem. Slechts met de grootste moeite kan ik hem binnenhouden als de donder rolt. Ik lees hem wekelijks alle onweersdoden en -gewonden voor van over de hele wereld in de hoop dat hij dan in huis blijft. Het helpt nauwelijks.
Toen dus in de vakantie onweer werd voorspeld, zwáár onweer zelfs, leefde hij helemaal op. Van uur tot uur werd het weerbericht gevolgd, de wolken werden bestudeerd. Maar het noodweer scheen ons huisje in het dal voorbij te gaan en diep teleurgesteld ging hij slapen.
Om 2.45 werd ik wakker door nog onhoorbaar maar naderend onweer. Ik word helaas altijd wakker net voordat het begint te rommelen. Dus vanaf het eerste zachte geluid in de verte moet ik het meemaken. Ik zou er liever doorheen slapen, maar dat is mij niet gegund.
Ik zuchtte dus: 'Onweer' en meteen sprong echtgenoot uit bed - hij slaapt juist overal doorheen als ik niks zeg.
Het onweer kwam dichterbij en echtgenoot ging in de woonkamer blij in de weer met zijn camera. Het flitste flink dus hij kon van alles uitproberen met instellingen. Ik deed het lampje op het nachtkastje aan, probeerde kalm te blijven en bedacht dat als het onweer nog dichterbij zou komen ik ter afleiding maar wat zou gaan lezen in de dikke Agatha Christie-omnibus die ik bij me had. Slapen zou dan toch even niet lukken.
Toen stuiterde echtgenoot naar binnen, gooide gordijnen en raam van de slaapkamer open en deelde over zijn schouder mee: 'Het licht moet hier uit, anders kan ik geen foto's maken.'
Ik knipte het licht maar weer uit. Tuurlijk. Alles voor de fotografie. Ik kon het tenslotte altijd weer aandoen als het onweer te hevig werd. Ik kneep mijn ogen dicht en probeerde niet aan onweer te denken. Of aan die hoge zendmast met bliksemafleider die pal voor het slaapkamerraam stond. Dat lukte. Een beetje. Als ik heel hard aan Miss Marple dacht.
Maar toen vroeg echtgenoot: 'Waar heb je dat dikke boek? Er lag hier vandaag zo'n heel dik boek. Dat heb ik precies nodig om onder het fototoestel te leggen.' 

En toen voelde ik me best wel onbegrepen. En heel zielig. En toen vroeg ik me toch ook wel even af hoe het mogelijk is dat wij al bijna 21 jaar bij elkaar zijn.

0 reacties: